Zorgen over vaker testen munitie bij Breezanddijk. 'Flora en fauna worden ernstig aangetast'
In dit artikel:
Defensie wil de munitietests op de Afsluitdijk bij Breezanddijk uitbreiden van zestig naar negentig dagen per jaar; die voorgenomen uitbreiding maakte het afgelopen januari bekend. De tests bestaan uit het afvuren van raketten, granaten en ander munitie richting het IJsselmeer. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft hier formeel bezwaar tegen aangetekend en eist aanvullend onderzoek omdat de proefexplosies gevolgen hebben buiten het oefenterrein.
De gemeente noemt als belangrijkste knelpunten dat geluid, licht en trillingen de gemeentegrens overschrijden en dat een camping en een woonboot dicht bij de schietplek liggen. Door meer schietdagen en zwaardere munitie zullen in het Waddenzee- en IJsselmeergebied hogere piekgeluiden ontstaan, wat schrikreacties bij vogels en andere dieren kan veroorzaken. Defensie heeft laten weten rekening te houden met de vogelrust (december–februari), de broedperiode (maart–juli) en de recreatiepiek (juli–augustus). Súdwest-Fryslân wijst erop dat daarmee maar drie à vier maanden overblijven om te schieten, waardoor de belasting op mens en natuur te geconcentreerd zou zijn.
De gemeente verlangt inzage in de akoestische rapporten en aanvullend onderzoek naar trillingssnelheden door zwaardere munitie om te beoordelen of huizen en de camping schade of overlast ondervinden. Ook vraagt Súdwest-Fryslân om duidelijkheid over cumulatieve geluidsniveaus en de mogelijke effecten op de archeologische waterbodem van het IJsselmeer, waar scheeps- en vliegtuigwrakken beschermd liggen. Ten slotte wil de gemeente weten wat er gebeurt met achtergebleven munitie en of er risico’s zijn op het aantreffen van onontplofte oorlogsresten.