Zorgbestuurder Martin Kirchner (66) uit Suwâld: 'Draai de marktwerking in de langdurige zorg terug'

zondag, 1 februari 2026 (08:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Martin Kirchner (66), van huis uit uit Hoogeveen, is na bijna vijftig jaar in de ouderenzorg begin januari met pensioen gegaan. Hij begon op zijn zestiende aan een verpleegopleiding en belandde vanwege een overschot aan verpleegkundigen al vroeg in een toenmalig bejaardenhuis, waar hij op 21‑jarige leeftijd als enige verpleegkundige leiding gaf aan veertig medewerkers. Persoonlijke ervaringen — zijn vader stierf toen hij elf was en zijn moeder had veel zorg nodig — vormden de basis voor zijn loopbaan.

Kirchner maakte een carrière van zowel directiewerk als bestuur: in 1992 werd hij directeur van het Nij Friesmahiem in Grou (aanvankelijk voor vier maanden, uiteindelijk zestien jaar) en is hij later bestuursvoorzitter geweest van Noorderbreedte, Thuiszorg Het Friese Land en Revalidatie Friesland. Noorderbreedte groeide uit tot een koepel met vijftien locaties. In zijn bestuursjaren rondde hij twee fusies af: met Thuiszorg Het Friese Land (officieel in 2021) en met Revalidatie Friesland (2024). Die samenvoegingen, stelt hij, waren vooral zorggedreven: ze moesten de aansluiting tussen ziekenhuiszorg en ouderenzorg versterken zodat kwetsbare ouderen betere, deskundige zorg krijgen — niet primair om economische redenen, hoewel schaal voordelen kan bieden.

Een belangrijk aandachtspunt voor Kirchner was het behouden van lokale betrokkenheid binnen grotere organisaties. Verzorgingshuizen moesten hun eigen identiteit en management houden, zodat medewerkers en bewoners zich verbonden blijven voelen met hun locatie (hij noemt als voorbeeld Bennemastate). De meest uitdagende fusie bleek die met Thuiszorg Het Friese Land: meer dan twintig jaar van gesprekken, vooral vanwege cultuurverschillen en het wezenlijk andere karakter van thuiszorg versus intramurale verpleegzorg. Uiteindelijk maakten vergrijzing en complexere zorgvragen thuis integratie noodzakelijk en haalbaar.

Kirchner belicht de grote veranderingen in de sector: waar ooit bejaardenhuizen ontstonden uit woningnood en zelfstandigheid van bewoners, zijn die instellingen sinds de jaren zeventig en tachtig geëvolueerd tot verpleeghuizen met steeds kwetsbaardere bewoners. Het huidige credo 'zo lang mogelijk thuis' werkt vaak, maar heeft grenzen — met name bij dementie, als regie over het dagelijks leven verdwijnt. Hij pleit voor vroege signalering en inzet van casemanagers dementie.

Voor dunbevolkte gebieden signaleert hij praktische problemen: zonder netwerk van familie of buren is thuiszorg lastig te organiseren; oplossingen zijn clustering van wonen met zorg of verhuizing naar grotere plaatsen. Hij ziet geen terugkeer naar het oude instituut van het bejaardenhuis, wel pleit hij voor het terugbrengen van de effectieve elementen: zelfstandige appartementen, ontmoetingsruimtes, sociale veiligheid en directe aanwezigheid van zorgprofessionals — vormen van samenwonen die een antwoord kunnen zijn op eenzaamheid en personeelstekort.

Hoogtepunten in zijn loopbaan waren zowel kleine, persoonlijke momenten met cliënten als een bezoek van prins Willem‑Alexander; dieptepunten waren de mishandelingszaak in Nieuw Mellens (1999) en forse bezuinigingen na de invoering van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), waardoor dagbestedingslocaties moesten sluiten. Als beleidsknop zou hij de marktwerking in langdurige zorg terugdraaien: volgens hem bracht die vooral regeldruk en belemmerde samenwerking. Kirchner blijft zichzelf zien als hulpverlener, ook na zijn pensioen; privé woont hij levensloopbestendig in de oude slagerij van Suwâld, waar hij hoopt nog lang zelfstandig te blijven.