Zo zwaar is wadlopen: ervaren gidsen Koos uit Noord-Sleen en zoon Jonas uit Leeuwarden vertellen erover

maandag, 18 mei 2026 (20:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Een weekendincident bij Ameland maakte het onderwerp weer actueel; daarom brengt de Leeuwarder Courant een eerder verhaal uit 2024 terug over vader en zoon-wadloopgidsen Koos (71) en Jonas (35) Papenborg. Jonas is recent gecertificeerd en neemt geleidelijk het gidsenwerk over van zijn vader, die bijna vijftig jaar groepen over het Wad heeft geleid. Het stuk belicht zowel persoonlijke ervaringen als de veranderde praktijk en regels rondom wadlopen.

Wie en waar: Koos, een routinier die lid is van de Fryske Waedrinners, en zijn zoon Jonas gidsen tochten vanaf de Friese kust naar onder meer Ameland, zandplaten en andere delen van de Waddenzee. Het gezin is diep verweven met de wadloopwereld: ook partners en andere familieleden zijn betrokken bij de verenigingen die commerciële en recreatieve tochten aanbieden.

Wat en hoe zwaar: De oversteek naar Ameland (ongeveer tien kilometer) geldt volgens Jonas als een van de zwaarste tochten door veel slik, geulen, mosselbanken en grillige bodems. Conditie is bepalend; als vuistregel noemt Jonas ongeveer 14–65 jaar als haalbare leeftijdsgroep, maar er zijn uitzonderingen: oudere, fitte deelnemers komen ook voor. Er bestaan verschillende types tochten: naar bewoonde eilanden, naar onbewoonde zandplaten of zwerftochten over het wad. Voor fanatiekelingen zijn er ook zeer lange trajecten, zoals Zwarte Haan naar Terschelling (~17 km).

Veiligheid en regels: Waar vroeger veel op ervaring en gevoel gebeurde, is het wadlopen sinds enkele jaren sterk gereguleerd. De provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland stelden een Wadloopverordening op; zonder vergunning mag men niet het Wad op. Nieuwe gidsen en sololopers moeten een cursus volgen, en begeleiders leggen examen af over hydrologie, getijden, morfologie, weer, uitrusting en EHBO voordat zij met groepen (maximaal twaalf per gids, groepslimiet zestig) mogen oversteken. Het aantal geregistreerde gidsen steeg in vier jaar met zo’n 60 procent. De nieuwe regels komen vaak in reactie op incidenten; Koos waarschuwt echter dat teveel bureaucratie het avontuurlijke aspect kan aantasten.

Veranderingen in de praktijk: Verschillen tussen generaties zijn zichtbaar: Koos leerde zonder GPS en radio navigeren, met almanakken en kompas; Jonas gebruikt tegenwoordig vaak smartphone en GPS maar keert steeds vaker terug naar kompaslopen om de natuur beter te ‘lezen’. Startplaatsen zijn verschoven omdat het Wad door menselijk ingrijpen, zoals het uitdiepen van vaargeulen, veranderd is; de pier van Holwert werd als vertrekpunt te slikkig.

Publiek en perceptie: Nieuwe doelgroepen verschijnen, onder wie ‘bucketlist’-lopers en mensen die wadlopen als een must-do beschouwen. Dat leidt soms tot teleurstelling wanneer het weer of de route anders uitpakt dan verwacht. Diegenen die zich echt kunnen verwonderen — volgens Koos de meest dankbare deelnemers — halen de meeste waarde uit de tocht. Ook vroeger waren grote overtochten mogelijk; in de jaren ’70 trokken honderden mensen tegelijk naar zandplaten, maar tegenwoordig zijn milieu- en veiligheidsregels strakker.

Persoonlijke kant: Koos, die in verschillende dialecten kan spreken en zijn hele leven aan het Wad is verbonden, liep door een oude armverlamming niet minder: zijn rechterarm is verlamd sinds een strandongeval in Zuid-Frankrijk, maar dat weerhield hem niet van gidsen. Jonas, landschapsarchitect van beroep, noemt het Wad de bijna ongerepte natuur van Nederland en vergelijkt het leren begrijpen van het gebied met het langzaam doorgronden van een mysterie.

Kortom: wadlopen blijft populair en fascinerend, maar is tegelijk gevaarlijk en veranderlijk. Nieuwe regelgeving en opleidingseisen vergroten de veiligheid, terwijl gidsen als Koos en Jonas benadrukken dat ervaring, goede voorbereiding en respect voor de natuur cruciaal blijven.