Zo zagen Anneke en Jochem uit Oranjewoud hun kostganger Jenning de Boo naar olympisch zilver rijden: 'Jaa, joehoe!'
In dit artikel:
In het huis van Jochem (65) en Anneke (65) Liemburg in Brongergea (Oranjewoud) zat dinsdagavond veel spanning: op tv stond hun voormalige kostganger Jenning de Boo (22) aan de start van de olympische 1000 meter. De Boo, een Groninger die op zijn vijftiende bij het echtpaar introk terwijl hij de overstap maakte van shorttrack naar langebaan, zou later als uitgebeend en uitgewoond sprinttalent op het erepodium eindigen.
Jochem en Anneke boden het afgelopen decennium onderdak aan jonge schaatsers die in Thialf trainden — eerst via schoolcontacten met shorttracker Sam Aagten, later ook Niels en Suze Kingma, Angel Daleman en uiteindelijk De Boo. Met het leeg huis ontstond ruimte voor deze sporters; het tweetal nam de rol van gastouders op zich en zorgde voor dagelijkse rust, maaltijden en een thuisbasis tussen zware trainingsblokken door. De Boo was volgens hen altijd rustig en makkelijk in de omgang, vaak te vinden op “zijn” plek op de bank met een tosti en Netflix om te herstellen.
Tijdens de race voor de medailles keek het drietal ademloos mee. De Boo reed een sterke rit tegen de Amerikaan Jordan Stolz en kwam als tweede over de streep; Stolz bleek uiteindelijk te snel. Wanneer de uitslag definitief werd, barstte bij de Liemburgs opluchting en trots los — Anneke stelde al voor de zilveren medaille eens om zijn nek te hangen als hij weer langs zou komen. Jochem omschreef het wedstrijdmoment met emotie en herkenning: het zicht op een sporter die jaren in hun huis heeft geleefd en geoefend om dit niveau te bereiken.
De korte terugblik in het gezin belicht zowel de praktische kant van het gastouderschap (veel eten, gezamenlijke maaltijden) als de stille betrokkenheid: rust en structuur waren essentieel voor de schaatsers. Voor De Boo betekent de tweede plaats op de 1000 meter een belangrijke stap op de wereldtop; voor zijn voormalige gastouders is het de bevestiging dat hun inzet jarenlang heeft bijgedragen aan het vormen van een Olympiër. "Dy turbo derop," riep Jochem tijdens de slotfase — een eenvoudige kreet die de gedeelde trots van het thuiskader vangt.