Zo werkt het brein in het verkeer. 'Te hard rijden is niet altijd kwade wil'

dinsdag, 30 december 2026 (07:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Gedragsexpert Dirkje van der Ven (zelfstandig adviseur, docent en spreker uit Nijmegen) verklaart waarom snelheidsverlagingen niet werken door alleen borden te vervangen. Ook al staat er 60 op een nieuw bord langs bijvoorbeeld de N357 tussen Leeuwarden en Holwert, veel bestuurders blijven 80 rijden omdat het onbewuste brein de weg “leest”: breedte, bermen en andere visuele signalen roepen automatisch een snelheid op die men gewend is. Dat is geen per se kwade wil, maar een gevolg van automatisme en beperkte mentale energie.

Autorijden vereist voortdurend onbewuste en bewuste rekensommen — van zijwegen scannen tot inhalen en zenderwisselingen — waardoor het nadenken over snelheid extra energie kost. Mensen besparen die moeite en gaan op autopilot; dat verklaart ook waarom je vaak niets meer herinnert van de rit naar huis totdat er iets onverwachts gebeurt, zoals plots remmen.

Maatregelen die aandacht trekken werken, maar slechts tijdelijk. Voorjaarsbanners als “De scholen zijn weer begonnen” zijn effectief zo’n drie weken; Nijntje-borden bij schoolzones laten eerst forse snelheidsreducties zien, daarna glijdt de snelheid weer omhoog; digitale spiegeltjes met smileys hebben grofweg zes weken effect. Van der Ven adviseert daarom rotatie — borden weghalen en later weer terugplaatsen — en vergelijkbaar rouleren van flitsers om gewenning te voorkomen.

Conclusie: borden zijn nodig maar niet voldoende. Wie snelheid wil beïnvloeden moet rekening houden met hoe het menselijke brein verkeersomgevingen interpreteert: ontwerp “zelfverklarende” wegen, combineer fysieke inrichting en afwisseling in informatie/handhaving, en pas maatregelen periodiek aan om gewenning tegen te gaan.