Zo denken mediastudenten in Leeuwarden over kunstmatige intelligentie: 'AI creëert niks, terwijl kunst ontstaat in ons brein'
In dit artikel:
In de mediacampus MICA in Leeuwarden gingen zes hbo-studenten en één mbo-student onlangs met elkaar in gesprek over de opkomst van kunstmatige intelligentie en de gevolgen voor mediaproductie, journalistiek en werkgelegenheid. De groep bestaat uit jongvolwassenen in verschillende stadia van hun opleiding: van beginnende mbo’er tot vierdejaars die al een mediabedrijf heeft opgezet. Dat verschil in ervaring kleurt de discussie; sommige deelnemers zien vooral kansen, anderen maken zich zorgen over ethiek en banen.
Centrale vraag was of AI kan dienen als origineel startpunt voor creativiteit. Sommigen, zoals Marit en Jay, vinden dat kunst menselijk moet blijven omdat het volgens hen uit de beleving en ziel van de maker voortkomt; AI put alleen uit bestaand materiaal en kan daardoor niet oprecht creëren. Anderen, zoals Thomas die met zijn start-up Friso Videos commercials produceert, gebruiken juist AI-systemen als effectief beginpunt: de technologie kan enorme databases aan voorbeelden aanspreken en daarmee inspiratie en efficiëntie leveren. Een veelgehoorde metafoor noemde AI een gereedschap — een hamer waarvoor je nog altijd een vakbekwame architect nodig hebt.
Praktische zorgen beslaan betrouwbaarheid en transparantie. Studenten wijzen op AI-hallucinaties (foutieve of gefabriceerde beelden en teksten) en op het risico van deepfakes die misinformatie versterken. Voor journalistieke producties vinden meerdere deelnemers dat gebruik van AI expliciet vermeld moet worden; er werd gepleit voor duidelijkere disclaimers, zeker bij gevoelige onderwerpen zoals oorlogsbeelden. Daarbij zien ze een versterkte rol voor onderzoeksjournalistiek en voor gevestigde nieuwsmerken die transparant omgaan met AI als belangrijke toetssteen voor vertrouwen.
Milieu- en machtsvragen kwamen ook aan bod. Datacenters verbruiken veel water en energie, al werd opgemerkt dat die infrastructuur al lang bestaat en AI daarop voortbouwt. Er heerste bovendien bezorgdheid over afhankelijkheid van grote techbedrijven en ondoorzichtige integratie van AI in platformen en systemen (voorbeeld: ingebakken AI in besturingssystemen). Studenten noemen het belangrijk dat wet- en regelgeving volgt om misbruik en monopolievorming te beperken.
Persoonlijke impact: zes van de zeven gaven aan bang te zijn voor baanverlies door automatisering; één ziet juist kansen voor betaalbare creatie en emanciperende toepassingen (bijvoorbeeld AI die helpt om moeilijk leesbare brieven te begrijpen). De groep benadrukt ook dat AI nuttig is in taken als analyseren en samenvatten, mits gebruikers kritisch blijven door door te vragen en bronnen na te kijken.
Conclusie: de studenten zien AI vooral als krachtig instrument met zowel creatieve mogelijkheden als reële risico’s voor ethiek, democratie en arbeidsmarkt. Belangrijke aanbevelingen uit het gesprek zijn: meer transparantie (disclaimers), kritische mediawijsheid, wettelijke kaders en behoud van menselijke toetsing in journalistiek en creatie — zodat AI hulpmiddel blijft en geen vervanging van menselijk oordeel.