Zo beleeft teameigenaar Josse Wester een van de grootste wielerwedstrijden ter wereld. 'Op meerdere facetten is het best wel heftig'
In dit artikel:
Ze waren dicht bij hun doel: in hun eerste grote ronde reed de ploeg van teameigenaar Josse Wester wekenlang voorin mee en kreeg sprinter Dylan Groenewegen een perfecte lead‑out — tot hij in de laatste bocht onderuitging en een felbegeerde etappezege verloren ging. Op de tweede rustdag van de Giro d’Italia blikt Wester terug op die teleurstelling en op het uitzonderlijke debuut van zijn team in een van ’s werelds drie grote rondes.
Wester, opgegroeid in Wijnjewoude, richtte vier jaar geleden samen met Bas Tietema en Devin van der Wiel de ploeg op nadat ze bekend waren geworden als videomakers in de wielerwereld. De ambitie om ooit de Tour te rijden blijft bestaan, maar het huidige hoogtepunt is deelname aan de Giro. Voor Wester, commercieel verantwoordelijk en zichtbaar gezicht in de dagelijkse teamvideo’s, is het een droomproject: werken met idolen als Marcel Kittel en renners als Groenewegen, Wout Poels en Elmar Reinders, terwijl ze proberen nieuwe fans en sponsoren — ook in Italië — aan te trekken.
Het leven in de drie weken van een grote ronde blijkt veel zwaarder dan het voor tv lijkt. Wester schetst lange dagen: vroeg verzamelen in de bus, naar de start, zelf met de auto naar de finish, daarna vaak nog uren reizen naar het hotel en ’s avonds verder werken. De constante vermoeidheid en intensiteit vragen veel van renners en staf, en de ploeg heeft strenge gezondheidsprotocollen: geen handen schudden en zelfs latexhandschoenen bij het ontbijt om kwetsbaarheid te beperken.
Tactische beslissingen laat Wester over aan ervaren ploegleiders als Kittel en Roger Hammond; zelf bemoeit hij zich niet met koersinhoud. Zijn rol is commerciëler: netwerken met potentiële sponsoren, nieuwe renners scouten en het team zichtbaar maken, onder meer via YouTube. De ploeg heeft al aanhang in Vlaanderen en Duitsland — mede door een Duitse fietssponsor en Duitse renners — maar wil nu ook Zuid-Europees publiek winnen. Dat vereist natuurlijk prestaties: sport draait om winnen, benadrukt Wester, en goed verantwoorde zichtbaarheid alleen is niet genoeg.
Binnen de ploeg zijn veel debutanten in drieweekse koersen; alleen een paar stafleden en renners hebben eerder zo’n ronde gereden. Dat maakt de aanwezigheid van ervaren rotten extra waardevol: zij begeleiden de nieuwkomers en delen praktijkkennis over wat beter kan, iets waar Wester blij mee is en wat hij voor de toekomst wil verbeteren.
De gemiste etappewinst weegt zwaar. Wester spreekt openlijk over frustratie: gezien de beperkte middelen en de relatieve nieuwheid van het project is het bijzonder hoe vaak ze al om overwinningen meedoen, maar kleine fouten kunnen alles in de weg zitten. Tegelijk blijft hij realistisch: één zege verandert niet alles in één keer; de voldoening moet ook intern gevonden worden. Met nog twee vlakke etappes voor de boeg slinken de kansen, en Wester zou het bijzonder vinden als het tot de laatste rit in Rome moet wachten — waar familie en vrienden hem zullen opwachten — maar een overwinning op het einde zou het perfecte slotstuk zijn voor hun Giro‑debuut.