Zit de circulaire economie in een dal? Zo denkt de man die het in Den Haag vlot moet trekken daarover
In dit artikel:
Steven van Eijck, sinds 2024 speciale regeringsvertegenwoordiger circulaire economie en kroonlid van de Sociaal‑Economische Raad, zag vorig jaar weinig kansen voor de transitie, maar is nu veel optimistischer: „Je zit nu op een prachtig omslagpunt.” In een gesprek in Nieuwspoort in Den Haag schetst hij waarom het roer volgens hem gekeerd is en wat er nodig is om de circulaire economie in Nederland echt van de grond te krijgen.
Wie en achtergrond
Van Eijck (Rotterdam, 1959) heeft een lange Haagse carrière: voormalig staatssecretaris, commissaris voor jeugdbeleid, voorzitter van organisaties als RAI en Wecycle, en sinds 2018 SER‑kroonlid. Die ervaring en zijn uitgebreide netwerk — even zichtbaar als oud‑premier Jan Peter Balkenende en oud‑minister Ernst Hirsch Ballin hem kort komen begroeten — waren voor staatssecretaris Vivianne Heijnen reden hem in 2024 aan te stellen.
Wat moet zijn rol doen?
Zijn opdracht is helder: dynamiek aanjagen en circulair handelen tot norm maken. Dat betekent vooral: circulaire oplossingen economisch rendabel maken, niet alleen moreel of milieutechnisch verdedigen. Volgens Van Eijck faalde de aanpak van sommige sectoren doordat idealisme de plaats innam van een ondernemers‑logica. Een voorbeeld is de recycled plastics‑sector: er kwamen fabrieken die subsidie kregen om gerecycled materiaal te produceren, maar dat product was duurder dan goedkoop nieuw plastic uit Azië, waarna veel bedrijven omvielen.
Waarom de kentering nu?
De omslag komt volgens hem doordat de discussie van puur milieu en duurzaamheid is verschoven naar economische en geopolitieke belangen: circulair werken wordt gezien als middel om verdienvermogen en concurrentiekracht te vergroten. Adviserende rapporten (zoals dat van oud‑ASML‑topman Peter Wennink), lobby vanuit VNO‑NCW en signalen uit het Nationale Burgerberaad Klimaat — met voorstellen als btw‑vrijstelling op reparatie — tonen volgens Van Eijck brede steun vanuit zowel bedrijfsleven als samenleving. Dat maakt beleidsmakers alerter tijdens de kabinetsformatie.
Praktische aanpak en voorbeelden
Van Eijck werkt marktgericht: voorbeelden zijn de ‘plastic‑tafel’ waarin marktpartijen en beleidsmakers afstemming zoeken zodat wetgeving en vraag elkaar versterken (bijvoorbeeld bij landbouwplastic en voedselverpakkingen). Hij noemt ook een voorstel om boeren te stimuleren veeteelt deels om te zetten naar vezelteelt (hennep, mammoetgras) waarmee je tegelijk isolatiematerialen kunt produceren en stikstofvraagstukken kunt helpen oplossen. Zulke voorstellen kwamen zelfs van boeren zelf, maar lopen soms vast op prioriteiten van bepaalde ministers; landbouwminister Femke Wiersma gaf tot nu toe weinig voortgang, terwijl klimaatminister Sophie Hermans positief staat tegenover vrijwillige, verdienmodelversterkende initiatieven.
Onderop en bovenop: politiek en samenleving
Van Eijck benadrukt dat de transitie niet alleen van beleid hoeft te komen: regio’s als Friesland laten zien dat lokale coalities tussen boeren, corporaties en bouwers zelf deals smeden (bijvoorbeeld vezelhennep‑isolatie). In Drenthe zijn al boeren die beginnen. Die bottom‑up beweging kan de politiek opschudden, maar uiteindelijk is er een bestuurlijke trekker nodig die interdepartementaal kan doorpakken. Van Eijck pleit voor een minister voor circulaire economie met een groot mandaat en overrulingsbevoegdheid.
Beperkingen en ambities
Zelf is Van Eijck niet partijpolitiek en zegt niet op zoek naar politieke roem; hij kan ideeën aandragen en partijen verbinden, maar politici moeten er een politiek draagvlak aan geven. Zijn rol zal met de formatie veranderen: een nieuw kabinet lijkt volgens hem ontvankelijker dan het vorige, en dat creëert kansen. Of hij zelf die ministeriële taak wil vervullen, laat hij nog open.
Kernconclusie
Waar hij een jaar geleden pessimistisch was over de haalbaarheid van circulaire initiatieven, ziet Van Eijck nu samenvallende signalen — marktinteresse, maatschappelijke steun en politieke aandacht — die samen het omslagpunt kunnen vormen. De uitdaging blijft het vertalen van idealen naar werkende businesscases en het creëren van bestuurlijke instrumenten die de transitie structureel mogelijk maken.