Zeventien jaar. Straks krijgt hij een brief van Defensie die hij niet serieus zal nemen I column Maaike Borst
In dit artikel:
Ze beschrijft een ogenschijnlijk gewone ochtend aan de keukentafel: brood, kaas, eitjes, koffie, een kat die om haar hals hangt en twee opgroeiende zonen die rommelen met een broodrooster en tosti-ijzer. Midden in dat huiselijke tafereel zegt haar man ineens dat Rusland dagelijks enorme verliezen in Oekraïne lijdt — “duizend”, voegt hij er bij, en dat veel slachtoffers door drones worden gemaakt.
De mededeling zet haar stil: de alledaagse tafel met kruimels en koffievlekken contrasteert scherp met de abstracte, maar verstrekkende cijfers over doden en gewonden. Ze zoekt verder en stuit op een Amerikaanse schatting die over vier jaar circa 325.000 Russische en 120.000 Oekraïense doden noemt — wat neerkomt op een veel lager, maar nog altijd schokkend aantal doden per dag dan door haar man genoemd.
De column legt de kloof bloot tussen de wereldnieuws-cijfers en de concrete realiteit van jonge levens: haar oudste zoon is 17, energiek en binnenkort mogelijk geconfronteerd met een oproep van Defensie, wat de gedachte aan “jonge jongens” in oorlogssituaties pijnlijk dichtbij brengt. Ze worstelt met tegenstrijdige gevoelens — deels opluchting dat vijandelijke soldaten worden geraakt, deels medeleven met menselijke verliezen — en voelt zich verlamd door de onbehagelijke nabijheid van geweld tijdens een gewone gezinsontbijt.