Zet maar een cd op
In dit artikel:
Melissa van Voorst, klassiek sopraan, kreeg een verzoek voor een bedrijfsdiner in Italiaanse stijl — “We kunnen ook een cd met opera opzetten, maar we willen liever een echte beleving!” — en maakte daarop een raming van haar tijdsinvestering. Het optreden bestond uit een viergangendiner met vijf aria’s; Van Voorst zou anderhalf uur eerder arriveren (om om te kleden, in te zingen en iets te eten), ongeveer 7,5 uur ter plaatse zijn en thuis nog eens circa vier uur repeteren en repertoire zoeken. Met kleinigheden als jurk strijken en overleg komt dat neer op ongeveer twaalf uur werk. Reiskosten en reistijd (twee uur) zou ze grotendeels voor eigen rekening moeten nemen.
De opdrachtgever bood als vergoeding een VVV-bon van 200 euro. Van Voorst rekent voor dat dat neerkomt op ongeveer 16,60 euro per uur — een bedrag dat nauwelijks boven een jongerentarief ligt en bovendien niet in contanten uitgekeerd wordt. Ze vergelijkt de situatie met andere diensten: bij een loodgieter verwacht niemand een cadeaubon of het schrappen van voorrijkosten. Toch gebeurt bij uitvoerende kunsten vaak precies dat: licht, podium en orkest worden bekostigd, maar er lijkt geen budget voor de solist.
Van Voorst hekelt de mentaliteit dat live-entertainment gemakkelijk door een opname vervangen kan worden en dat artiesten als sluitpost worden behandeld. Ze wijst erop dat het niet alleen om een avond zingen gaat, maar om voorbereidingstijd, professionele inzet en reiskosten. Als conclusie schetst ze een zorgwekkende trend: 2026 dreigt het jaar te worden van “zet maar een cd op” wanneer er geen budget is voor de echte beleving — een ontwikkeling die de waardering en leefbaarheid van uitvoerende kunstenaars ondermijnt.