Zelfrijdende auto's leiden tot eenzaamheid en uitsluiting | opinie
In dit artikel:
De Rijksdienst voor het Wegverkeer maakte vorige maand bekend dat Nederland als eerste Europees land Tesla’s met deels autonome rijfuncties op de openbare weg toestaat: via een software-update kunnen circa 44.000 geschikte Tesla‑rijders het systeem inschakelen en zonder handen aan het stuur rijden. Critici, onder wie columnist Pyt Kuipers (LC, 18 april), noemen dit geen echte vooruitgang maar een overbodige, winstgedreven oplossing — te vergelijken met zelfscan-kassa’s die werk van personeel overhevelen naar klanten.
Naast technische bezwaren zoals slordiger rijgedrag en verslechterde rijvaardigheid, signaleert de auteur bredere maatschappelijke gevolgen. Instanties als de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en het SCP melden een toename van polarisatie en groeiende zorgen daarover onder Nederlanders. Journalist Xochitl Gonzalez waarschuwt dat de digitale transformatie mensen eenzamer en meer gepolariseerd maakt: technologie neemt ontmoetingen met ‘vreemden’ weg (bijvoorbeeld in taxi’s), waardoor sociale kruisbestuiving afneemt en mensen vaker naar algoritmes zoals ChatGPT grijpen in plaats van naar elkaar.
Er is ook bewijs dat autonome systemen minder goed reageren op mensen met een niet-witte huidskleur en op kinderen, wat discriminatie en uitsluiting kan versterken — een zorg die past in bredere dialogen over digitalisering en ongelijkheid (zoals de toeslagenaffaire). De auteur betoogt dat trots op koploperschap met zelfrijdende auto's gepaard gaat met risico’s voor sociale cohesie en inclusie. Harry Prins, medewerker van Tûmba (kenniscentrum discriminatie en diversiteit), schrijft dit stuk.