Ze dachten dat Tygo (22) uit Drachten een 'kasplantje' zou worden, maar nu is hij sportjournalist in spe
In dit artikel:
Tygo Bekkema (22) uit Drachten is een jonge, gepassioneerde sportjournalist in opleiding die dagelijks tegen fysieke en institutionele drempels aanloopt. Bekkema, die cerebrale parese heeft en in een rolstoel zit, woont de laatste maanden drie keer per week de sportredactie van het Algemeen Dagblad in Rotterdam bij. Ondanks zijn stage-plek en eerdere bijdragen aan autosport- en tennissites, merkt hij dat de sportwereld en de media-organisaties nog vaak ontoegankelijk zijn.
Zijn liefde voor sport ontstond vroeg; al op zesjarige leeftijd wilde hij voetbalcommentator worden. Omdat volledig deelnemen aan sport voor hem lastig is, werd kijken en schrijven zijn grootste passie: in goede periodes kan hij dagenlang sport volgen. Die gedrevenheid leidde tot ervaring op verschillende platforms en tot zijn debuut als verslaggever tijdens de Davis Cup in Groningen (september 2025). De dagelijkse reistijd per taxibusje en fysieke obstakels op locatie bemoeilijken echter zijn werk en stage.
Bekkema stuit op concrete problemen: ontoegankelijke persruimtes, perstribunes vanwaar hij niet alles kan zien en vrijwel geen mogelijkheid om het veld op te komen. Daarnaast ervaart hij subtle en expliciete afwijzingen bij sollicitaties en stages; bij één mediabedrijf werd hij na een gesprek geweigerd met het argument dat hij te “soft” en niet mobiel genoeg zou zijn. Zulke momenten laten hem voelen dat hij niet op gelijke voet beoordeeld wordt. Hij vat zijn situatie kernachtig samen: „Ik ben me ervan bewust dat de wereld niet op mij is ingericht.”
Die uitsluiting zorgt ook voor sociale isolatie: hij kent geen collega-sportjournalisten in hetzelfde schuitje en mist rolmodellen. Tegelijkertijd keert hij zich tegen een eenzijdige representatie in de media. Als mensen met een beperking aan bod komen, draait het volgens hem te vaak om die beperking zelf in plaats van om vakinhoudelijke bijdrage: hij wil over sport praten, niet telkens zijn handicap toelichten.
Kleine, menselijke momenten illustreren zowel de ongemakken als onverwachte warmte: nadat olympisch zwemster Kira Toussaint hem aanvankelijk hielp een deur te openen, duwde zij hem later in een park verder — een situatie die hij beschrijft als surrealistisch maar ook herkenbaar voor de dagelijkse omgang met toegankelijkheid.
Bekkema droomt ervan op locatie verslag te doen bij de Grand Slams in Parijs, Londen, Melbourne en New York, maar vreest dat media uit praktische overwegingen sneller iemand zonder extra logistieke zorgen zullen kiezen. Zijn verhaal maakt duidelijk dat goede bedoelingen rond inclusie niet vanzelf leiden tot concrete veranderingen: structurele aanpassingen aan faciliteiten, vervoersregelingen en wervingspraktijken zijn nodig om talenten als Bekkema gelijke kansen te geven.