Zaai een all you can eat-buffet op de akker en je ziet tientallen soorten vogels

zaterdag, 7 februari 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Langs akkers die boeren in de zomer inzaaien met granen, zonnebloemen, korenbloemen en klaprozen ontstaan in de winter belangrijke voedselplekken voor vogels: de zogenoemde wintervoedselakkers. Op die uitgebleekte percelen vinden pimpelmezen, groenlingen, geelgorzen, puttertjes, keeps en allerlei finken en mezen een rijk zaadbuffet — ook muizen, roofvogels en insecten profiteren daarvan.

Gerrit Tuinstra van Landschapsbeheer Friesland werkt voor agrarisch collectief ELAN Zuidoost-Friesland en bezoekt de akkers regelmatig om vogels te tellen. Tijdens een inspectie telde hij zo'n 500 vogels op één locatie; over de vorige winter noteerden hij en een collega in totaal 53 soorten en ongeveer 7.200 exemplaren. ELAN beheert dit winterseizoen in totaal 44 hectare met zulke akkerranden, bij voorkeur vlakbij houtwallen of bosranden zodat vogels ook dekking hebben.

De akkers zijn een antwoord op veranderingen in de landbouw: efficiëntere oogsttechniek en de toename van rooigewassen zoals aardappelen en bieten laten minder restanten achter op het land. Daarnaast dragen gemaaide bermen, opgeschoonde sloten en onderhoudsarme tuinen bij aan een schrale voedselomgeving voor zaadetende vogels. Door gerichte zomerinzaai blijven er in wintertijd wél zaden en schuilplaatsen over.

Het beheer van wintervoedselakkers verschilt van dat voor weidevogels; het gaat juist om verspreide, relatief kleine percelen (een paar hectare is vaak genoeg) die smalle foerageerplekken en doorvliegroutes bieden, en ook trekvogels uit Scandinavië aantrekken die hier overwinteren. In Noord-Fryslân zetten boeren via het collectief Waadrâne vergelijkbare akkerranden met stroken zonnebloemen en graan uit.

Tuinstra waarschuwt daarnaast voor te veel netheid in tuinen en landschap: het weghalen van uitgebloeide planten in de winter haalt voedsel en schuilplaatsen weg voor vogels en insecten. Hij zelf laat dode bloemen en stengels tot het voorjaar staan en knipt afgeknipt materiaal eerst in een hoekje zodat insecten er kunnen uitkruipen voordat het wordt afgevoerd.

Kortom: wintervoedselakkers zijn een relatief eenvoudige, doeltreffende maatregel om biodiversiteit in agrarisch gebied te steunen — mits verspreid aangelegd en gecombineerd met het bewust laten staan van plantenresten in tuinen en landschapselementen.