Wouter Godijn weet de wereld van zijn schooljeugd in alle frisheid op te roepen
In dit artikel:
Wouter Godijns negende roman Het offer vertelt in bloemrijke, gelaagde taal een liefdesgeschiedenis uit het begin van de jaren zeventig tussen Maarten en Nicole, en plaatst die tegen de schaduwen van de Tweede Wereldoorlog. Maarten kijkt op zijn zeventigste terug en schrijft zijn herinneringen op: hoe Nicole als nieuw meisje op school zijn leven binnendringt — fluitspelend, in ribfluwelen pakken, scherp en uitdagend — en hoe hun puberrelatie uitgroeit tot een allesomvattende liefde.
Beide gezinnen worstelen met kamptrauma’s; Maartens ouders leven nog onder de herinnering aan de oorlog, Nicole bereikt haar ouders emotioneel niet. Die erfelijkheid van angst en zinloosheid ligt voortdurend op de achtergrond en beïnvloedt het dagelijks leven en de nachten vol wanen. Tegelijkertijd beschrijft Godijn de lichamelijke ontdekking, experimenten en intensiteit van jonge liefde tot in expliciete details, gevoed door een gedeelde liefde voor zware muziek (van Mahler en Bruckner tot Miles Davis).
Wanneer Nicole medicijnen gaat studeren in Groningen raakt ze gefascineerd door snijden en het offeren: ze voelt dat ze iets moet bewijzen voor haar ouders en stopt uiteindelijk met haar studie. Kort daarna krijgt ze kanker; de ziekte vormt de ultieme beproeving voor hun relatie en stelt de vraag of liefde trauma en lijden kan overwinnen.
Godijn, zelf zeventiger, roept de tijd en sensaties van zijn schooljeugd levendig op, al voelt het soms ongemakkelijk wanneer een oude man fysieke puberteitsherinneringen beschrijft. Het offer onderzoekt thema’s van liefde, macht, schuld en de manier waarop persoonlijke en historische wonden een leven blijven bepalen. Uitgave: Atlas Contact, prijs €22,99.