Wolf viel deze winter veel minder vaak schapen aan dan vorig jaar. Hoe kan dat? 'It is dit jier rêstiger'

dinsdag, 14 april 2026 (18:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Friesland zijn deze winter aanzienlijk minder wolvenaanvallen op vee geregistreerd dan in voorgaande jaren, maar de oorzaak van die daling is nog onduidelijk. Veehouders, een dierenarts en wolvenkenners wijzen op meerdere mogelijke verklaringen: minder schapen op de wei, verbeterde beschermingsmaatregelen, meer wild als alternatief voedsel en het wegvallen van bepaalde probleemwolven.

Wat er gebeurde en wanneer
- Van september tot en met november waren er dit jaar 41 aanvallen in Noord-Nederland waarbij 127 dieren omkwamen; dat is ruim het dubbele van hetzelfde najaars‑periode in 2024 (71 doden).
- In de winterperiode (december–maart) namen de meldingen af: 22 aanvallen met 73 doden. Deze wintercijfers zijn de laagste sinds 2022. Ter vergelijking: alleen al in februari vorig jaar waren er in Friesland ongeveer veertig aanvallen met 348 dode dieren.
- Recent vond op een terrein bij Bakkeveen een grote aanval plaats waarbij tientallen schapen dood of zwaargewond werden aangetroffen; BIJ12 onderzoekt of het om een wolf ging.

Wie wordt geraakt
Schaapshouder Martin Reitsma (Lippenhuizen) — met zo’n 2.500 schapen — merkt zelf dat het dit jaar rustiger is, hoewel ook hij recent twee lammeren verloor. Dierenarts Folkert Mulder signaleert dat huisartsen voor vee veel minder vaak moeten komen; waar vorig jaar nog meerdere keren per week hoefde te worden ingegrepen, is dat nu ongeveer één keer per week.

Mogelijke oorzaken van de daling
1) Minder schapen: landelijke en provinciale cijfers laten een gestage afname van het aantal schapen in Friesland zien. Sinds 2007 daalde het bestand van circa 257.565 naar rond 101.468 vorig jaar; ook in 2025 werd het aantal verder verlaagd. Minder beschikbaar vee betekent minder potentiële slachtoffers.

2) Betere beschermingsmaatregelen: provinciale subsidies voor wolfwerende maatregelen zijn flink uitgebreid (van een half miljoen naar ruim 1,2 miljoen euro) en er loopt onderzoek naar het gebruik en de effectiviteit van die maatregelen in de Drents‑Friese regio. Lokaal vermijden sommige boeren nu kwetsbare weidegebieden (bijvoorbeeld de Tjongervallei) waar eerder veel verliezen waren.

3) Meer wild en minder jongen in roedels: wolven kunnen meer wild gaan bejagen als dat beschikbaar is; er zijn aanwijzingen dat sommige wolven damherten, reeën of wilde zwijnen oppakken. Bovendien kreeg de Drents‑Friese roedel in 2025 minder welpen dan het jaar ervoor (en enkele welpen werden verkeersslachtoffer), wat de totale voedselbehoefte omlaag brengt.

4) Individueel gedrag van wolven: expertise wijst erop dat rondzwervende, nog niet territoriaal gevestigde wolven het vaakst vee aanvallen omdat zij de locaties van wilde prooien nog niet kennen. Het wegvallen van individuele probleemwolven kan daardoor leiden tot een tijdelijke daling. De jonge wolf GW4009m werd tussen 2023–2025 aan tientallen aanvallen gelinkt (24 meldingen, 107 schapen) en werd in mei 2025 doodgereden; zijn vertrek kan op deze cijfers hebben ingewerkt.

Nuances en aandachtspunten
Wolvenexperts geven aan dat er geen eenduidige verklaring is en dat meerdere factoren tegelijk spelen. Hoewel de daling bemoedigend lijkt, blijven incidenten — zoals de recente grote aanval bij Bakkeveen — ernstig en schrijnend voor betrokkenen; een getuige noemde de aanblik “een drama”. BIJ12 en andere instanties blijven voor elke melding onderzoeken of een wolf betrokken was en of de dieren adequaat beschermd waren. De balans tussen natuurherstel en landbouwbelangen blijft complex, en zowel preventieve maatregelen als monitoring blijven belangrijk om nieuwe pieken in aanvallen te voorkomen.