Wolf in Lauwersmeergebied doodde zes schapen in Friesland. 'Niet zeker of er meer dan één rondloopt'
In dit artikel:
Een jong mannetje van de wolf dat sinds de zomer van 2025 in het Lauwersmeergebied wordt waargenomen, heeft in Friesland schapen aangevallen: in de zomer vielen zes schapen ten prooi en vier raakten gewond. BIJ12, de organisatie die namens de provincies de wolvenmonitoring en schadeafhandeling coördineert, koppelt de aanvallen aan één dier dat in Ternaard en Nijega toesloeg — onder meer op 25 en 26 juni.
DNA-onderzoek wijst uit dat deze wolf uit Rüdesheim am Rhein (Duitsland), zo’n vijfhonderd kilometer verderop, afkomstig is. Keutels gevonden in het militair oefengebied Marnewaard leverden dat genetische bewijs; sindsdien registreerden wildcamera’s het dier twaalf keer in het gebied. BIJ12 meldt dat DNA-analyses bevestigen dat het om dezelfde Duitse wolf gaat bij de schapenaanvallen deze zomer. Daarnaast zijn er later meldingen van verwante incidenten: op 8 november 2025 werden bij Kloosterburen negen schapen aangevallen (drie gedood) en op 19 mei werd een paard bij Munnekezijl geraakt, mogelijk door een wolf; het is nog onduidelijk of dat om hetzelfde dier gaat.
Vaststelling dat een wolf zich vestigt vergt herhaald DNA-bewijs over minimaal zes maanden. Wageningen University & Research voert dit onderzoek vijfmaal per jaar uit; nieuwe gegevens worden voor het tweede kwartaal van dit jaar verwacht. BIJ12 kan nog niet uitsluiten dat er meer dan één wolf in de regio rondloopt.
Lokaal leven en boerenbelangen botsen: schapenhouder Andries Kingma uit Aduard, die met zijn broer ongeveer 2.000 fokschapen weidt langs de kust tussen Holwert en Lauwersoog, ziet weinig oplossing wanneer wolven actief blijven en overweegt stoppen met schaapshouderij. Hij stelt dat afrasteringen op grote schaal niet effectief zijn en signaleert een daling van het aantal schapen in Nederland sinds de terugkeer van de wolf.
Staatsbosbeheer beheert in het Lauwersmeergebied ook grote kuddes Schotse Hooglanders en Konikpaarden (ongeveer 350 en 250 dieren). Boswachter Jaap Kloosterhuis verwacht niet direct dat die veedieren doelwit worden: ze gedragen zich als wilde kuddes en lijken zich te kunnen verdedigen; gevonden keutels suggereren dat het dier vooral damherten prefereert. Of het jonge mannetje op termijn gezelschap krijgt en een roedel vormt, blijft onzeker. Kloosterhuis benadrukt dat de wolf niet meer weggaat en dat een werkbare vorm van samenleven gezocht moet worden.