Witmarsum heeft er een Menno Simons Hûs bij. Doopsgezinde kerk stelt geweldloosheid centraal
In dit artikel:
Na jaren van voorbereiding kwam binnen vier maanden een nieuw ontmoetingscentrum voor de doopsgezinde gemeenschap gereed: het Menno Simons Hûs in Witmarsum. Vrijwilligers van De Lytse Streek sjouwden en poetsten de laatste dagen nog vitrines en archiefstukken; de officiële opening is gepland op zaterdag 25 april door commissaris van de koning Arno Brok.
Het centrum is bedoeld als nieuw startpunt voor excursies over Menno Simons die de doopsgezinden samen met de Stichting Menno Simons SDMF organiseren. Tot nu toe begon men de rondleidingen bij het kleine schuilkerkje van Pingjum, maar dat gebouw kon grote groepen en sanitaire voorzieningen niet goed aan. De film over het leven van Menno Simons blijft in Pingjum vertoond worden, maar grotere gezelschappen (vanaf circa vijftien personen) worden nu in Witmarsum ontvangen.
In de presentatie van het Menno Simons Hûs leggen de ontwerpers Dorus Walon en Marleen Stoelwinder nadruk op de verbinding tussen verleden en heden. Muren en teksten belichten Simons’ pleidooi voor geweldloosheid — met historische verwijzingen zoals de bezetting van het Oldeklooster in maart 1535 en de daaropvolgende bloedige herovering waarbij honderden wederdopers omkwamen — en koppelen die boodschap aan actuele thema’s zoals dienstweigering en de discussie over opkomstplicht. De bedoeling is niet om bezoekers te bewegen tot één standpunt, maar om gesprekken over geweldloosheid te stimuleren.
Het nieuwe gebouw fungeert ook als dorpshuis: koren repeteren er, toneelverenigingen en dorpsbelang houden er bijeenkomsten en de grote keuken is een praktische aanwinst. Persoonlijke schenkingen — onder meer kunst van Jentsje Popma en een beeld uit een nalatenschap — krijgen een plek, net als een stiltehoekje. Pingjum behoudt zijn rol als historische locatie; Witmarsum verzorgt voortaan vooral de ontvangst en de verbinding met hedendaagse betekenis.