Willem (29) zorgt dat Nederlandse games honderden jaren speelbaar blijven

maandag, 26 januari 2026 (18:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Willem Hilhorst (29), archivaris bij Beeld en Geluid in Hilversum, heeft een duidelijke missie: ervoor zorgen dat belangrijke Nederlandse videogames ook over honderden jaren nog gespeeld kunnen worden. Beeld en Geluid is vooral bekend als nationaal depot voor televisie, radio, film en geschreven pers, maar breidt sinds enkele jaren systematisch uit met games die volgens Hilhorst tot het cultureel erfgoed van Nederland behoren. „We zijn nu denk ik op de helft,” zegt hij over het verzamelen van de titels op hun wensenlijst.

Het instituut werkt met een lijst — de ‘canon der videogames’ — samengesteld door journalisten, ontwikkelaars en uitgevers, waarin ongeveer zeventig invloedrijke Nederlandse spellen staan. Ongeveer de helft daarvan is inmiddels via schenkingen en donaties in het archief terechtgekomen. Voorbeelden in de collectie lopen uiteen van commerciële titels als A2 Racer en Red Cat tot bijzondere exemplaren zoals een promotie-cdrom van de 2003-game bij een pindakaaspot en Undergrond, een Friese simulator voor chirurgische training.

Het verzamelen is echter een moeizaam proces. In tegenstelling tot film en televisie bestaan er geen vaststaande afspraken die toelaten spellen zonder toestemming veilig te stellen; Beeld en Geluid mag auteursrechtelijk beschermd materiaal alleen opnemen als de originele makers instemmen. Omdat de game-industrie relatief jong is (de eerste Nederlandse game, Nijmeegs Avontuur, dateert van 1980) leven veel makers nog en moeten zij persoonlijk worden opgespoord en benaderd.

Naast juridische obstakels zijn er technische belemmeringen om games echt te bewaren. Spellen zijn vaak afhankelijk van verouderde hardware en specifieke besturingsomgevingen; een kopie van een uit 1997 stammend spel werkt vaak alleen op die tijd specifieke systemen. Beeld en Geluid gebruikt daarom emulators — software die oude spelcomputers nabootst — om titels op moderne machines speelbaar te houden. Maar emulatie kent grenzen: voor recente consoles zoals PlayStation 5 en Xbox zijn betrouwbare emulators nog niet beschikbaar, en bedrijven als Nintendo verzetten zich vanwege zorgen over illegale verspreiding.

Een ander groot probleem is het verdwijnen van complete online-ecosystemen. Flash-spellen gingen tijdens de ‘Flash-apocalyps’ massaal verloren, en telefoongames uit het eerste decennium van deze eeuw zijn vaak niet meer terug te halen. Multiplayer- en serverspellen bieden bovendien een andere ervaring wanneer die servers niet meer draaien; het archief kan mogelijk een client bewaren, maar de oorspronkelijke sociale context is dan weg.

Hilhorst benadrukt dat het werk pionieren is: Nederland heeft wel gamemusea, maar weinig instituten die zich richten op structurele conservering en beschikbaarheid van games voor de lange termijn. Het behoud van digitale spelcultuur vraagt zowel juridische afspraken met rechthebbenden als technische innovatie, en veel samenwerking met makers en uitgevers om te voorkomen dat belangrijke stukken Nederlandse gamegeschiedenis definitief verdwijnen.