Wijnjewoude is verdeeld over de mestvergister. De winst is voor het dorp, maar niet iedereen zit erop te wachten. 'Het wordt door de strot geduwd'
In dit artikel:
Wijnjewoude wil met een coöperatieve mestvergister een voorbeeldproject neerzetten: groen gas produceren, meststromen recyclen en tegelijk inkomsten en steun genereren voor lokale familiebedrijven. De installatie komt op het terrein van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie in het buurtschap Klein Groningen; sloopwerkzaamheden zijn al begonnen en de bouw door het Zeeuwse Colsen zou begin volgend jaar van start moeten gaan.
De initiatiefnemers vormen coöperatie Wijnjewoude Energie Neutraal (WEN). Zij begonnen tien jaar geleden met zoeken naar manieren om het dorp energieneutraal te maken. Omdat technieken als zonnevelden en aquathermie niet voor alle huizen (met name oude boerderijen) toereikend bleken, kozen ze voor vergisting van mest: biogas kan in het gasnet en het vergistingsrestproduct (digestaat) kan als minder geurend en stikstofarmer bemestingsmiddel terug naar het land. Ongeveer dertig boeren binnen een straal van tien kilometer leveren mest; het merendeel zijn familiebedrijven met gemiddeld circa honderd koeien. WEN stelt dat de coöperatieve opzet kleine en middelgrote bedrijven helpt voortbestaan zonder schaalvergroting.
Economisch is het project aantrekkelijk door recente beleidswijzigingen. Nederland verliest sinds 1 januari de derogatie om extra dierlijke mest uit te rijden, waardoor veel boeren nu moeten betalen voor mestafvoer (marktprijzen rond €30 per m3). Bij WEN betalen deelnemende boeren straks €5 per m3, met €1 terug voor de gewonnen methaan — netto €4 per m3. Bovendien is er Europese erkenning in de maak voor gerecyclede mest (RENURE) waardoor die als vervanging voor kunstmest gebruikt mag worden; formele instemming door het Europees Parlement ontbreekt nog. Ook moet nog worden voldaan aan vergunningen voor stalaanpassingen (dichte vloeren, opslagput van 50 m3) en geldt een bijmengplicht voor groen gas vanaf 2027 die de businesscase kan versterken.
Tegenstanders uit Klein Groningen voeren felle kritiek: zij vrezen stank, extra vrachtverkeer en waardedaling van woningen, en voelen zich door gemeente en provincie in de kou gezet. In het straatbeeld hangen flyers “Mestvergister Nee”, bewoners spreken van een verdeeld dorp en sommige omwonenden vinden de subsidietoekenning van €12 miljoen onbegrijpelijk. Er zijn zorgen over sociale spanningen; tegenstanders zeggen beperkt geïnformeerd te zijn en verwijten WEN en overheden een ondoorzichtige werkwijze. Stichting Suver Opsterland (onder meer ex-raadsleden Elske Beintema en René Koopmans) noemt het project “greenwashing” en heeft juridische stappen aangekondigd — een rechtszaak volgt.
WEN en coöperatievoorzitter Pieter de Kroon wijzen op meerdere mitigaties: het systeem is volgens hen gesloten (dagverse mest in afgesloten tanks), digestaat stinkt minder, en de exploitant is deels in coöperatiehanden zodat winst terugvloeit naar het dorp voor duurzame investeringen. De vergister levert naar verwachting een handvol banen op en er is al interesse uit het dorp om functies te vervullen, bijvoorbeeld voor bestuur van een elektrische vrachtwagen die bestelde is. Wethouder Durk Durksz (Opsterland) ondersteunt het project en benadrukt dat vrachtwagens niet door Klein Groningen zullen rijden; het college betreurt de tweespalt en hoopt op redelijke voortgang of anders op een juridische uitkomst.
Belangrijke onzekerheden blijven: formele goedkeuringen (zilveren randjes zoals RENURE-instemming), vergunningen voor boeren en mogelijke juridische uitspraken. Daarnaast rust het project in een landschap met Natura 2000-gebieden in de nabijheid, waardoor uitbreidingen en aanpassingen aan strikte natuurregels zijn gebonden. De discussie in Wijnjewoude laat zien hoe klimaat- en bodembeleid, landbouwtransities en lokale leefbaarheid elkaar kunnen raken: sommigen zien de vergister als kans voor energieneutraliteit en agrarisch behoud; anderen zien er een bron van overlast en éénzijdige lastenverdeling in.