Wij zochten een Friese vertaling voor singlisatie en dit zijn jullie inzendingen
In dit artikel:
Het steeds vaker bewust alleen blijven — in het artikel aangeduid met het Nederlandse begrip singlisatie — werd bij lezersvraag vertaald naar het Fries. De redactie vroeg om een Friese term en kreeg een grote variëteit aan creatieve voorstellen, van speels tot beschrijvend.
Meerdere inzenders kozen een vorm rond allinne. Sjoerd de Roos stelde allinnesaasje voor; Anke Steenaart kwam met allinnaasje en motleazerij (iemand die geen zin heeft in relaties). Andere varianten: allinnewiller/allinnewinne (Martsje Mud), allinniget (Henk Landsheer), allinnegeand/allinnegeande (Hinke de Boer, Klaas Dijkstra), allinnichtrochdetiid en het wat somberder iensumenstemjitte (Marten Otten). Geja Droogsma bedacht allinne-binnerisme (afgekort albi) en noemde ook het literair geïnspireerde Rémy-isme.
Een groep voorstellen benadrukte de bewuste keuze voor alleen-zijn: Marianne Elzinga leverde bab-kar (bewust alleenblijver), Reny Siemonsma frijgesellekar; Elzinga bedacht daarnaast selskrûper en relaasjetaboe. Tegenhangerbegrippen werden ook genoemd: Sjoerd Vriesema contrasteerde selskipswiet (gezelligheidszoeker) met singleswiet, Lyske Boersma introduceerde solisme/solosaasje.
Andere inzenders legden de nadruk op vrijheid en zelfstandigheid. Geart van der Meer zette een lange rij termen neer (onder meer losmanje, selstean(d)er, frijgean(d)er en allinnichje). Jelle Hansma, Hans Kruithof en Feiko Wouda kozen woorden als frijdom, frijlibber en frijling; Tineke Siemonsma stelde frijwêze en selsskipper voor. Pyt Postma haakte in op het tegenovergestelde van paar-zijn met het beeld van trijeresom of frijeresrom.
Sommige voorstellen leggen accent op het niet willen stichten van een ‘nest’: Janny Tiesnitsch Kooistra bedacht termen als egokluneraasje en monomins(ks)aasje; Harmen Posthuma noemde netnestelder. Andere suggesties waren unferbûnens (Janke Mulder), ienhâlding (Johannes Annema), ienlingeraasje (Alie de Jong) en ienlingskip (Gerry Labordus). Hans Hettinga noteerde healpear als tegenpool van een getrouwd paar.
Het stuk eindigt met een nieuwe vraag aan lezers: hoe noem je aftershave in het Fries — een korte opmerking die de nieuwsgierigheid naar volgende taalvondsten levend houdt.