Wietze (41) begint stichting Mindful Music, voor mentaal welzijn en heavy muziek. 'Festivals binne befrijend, hielend'
In dit artikel:
Wietze Halma (41) uit Buitenpost richt de stichting Mindful Music op om op festivals een laagdrempelige, ervaringsgerichte mentale hulppunt te bieden. Het idee: een soort EHBO-post voor psychisch welzijn, bemand door ervaringsdeskundigen volgens een peer-to-peer-principe—dus geen psychologen in de frontlinie, wel korte doorverwijslijnen naar professionele hulp wanneer nodig. Een eerste pilot staat gepland op Surhuizum Open Air op 4 juli; Halma helpt dit festival gratis programmeren en zet zelf zijn boekingsbureau Codex Agency tijdelijk op een laag pitje om het project te kunnen dragen.
Halma baseert de stichting op eigen levenslessen. Hij worstelde lang met een angststoornis, mede als nasleep van een moeilijke jeugd en de scheiding van zijn ouders, en kreeg in het verleden zware medicatie voorgeschreven. Later trof hem een reeks persoonlijke klappen: zijn vader stierf aan kanker, zijn vrouw Lucinda kreeg een zeldzame vorm van eierstokkanker—en ook zijn moeder raakte ziek—terwijl de coronapandemie zijn werk zwaar raakte. Met therapie, passende medicatie, familie-steun en vooral muziek vond hij herstel. Voor Halma is heavy muziek catharsis: de fysieke energie van samen optreden en festivalbeleving laadt mensen op en kan heling brengen.
Mindful Music wil die verbindende kracht van muziek benutten: backstage-interviews, online content (ook al is Halma kritisch over sociale media) en fysieke aanwezigheid op festivals moeten zorgen dat bezoekers contact en steun vinden. De stichting mikt ook op mensen voor wie drukke festivals stressvol zijn; Halma wil voorzieningen creëren die hen helpen toch deel te nemen. Op termijn denkt hij zelfs aan een eigen festival met een maatschappelijke insteek. Financieel leeft hij en zijn gezin redelijk; voor de opstart van de stichting hoopt hij op een subsidie, maar winst maken is niet het doel.
Naast het hulpproject werkt Halma aan een muzikaal eigendomsproject, The Optimist In Me, met opnameplannen (drums in studio te Opende) en mixwerk door de Engelse producer Chris Clancy. Hoewel grote labels belangstelling hadden, kiest hij voor eigen uitgave.
Parallel aan Halma’s initiatief toont het Tilburgse festival Roadburn hoe festivals zingeving, ritueel en gemeenschap belichamen. Het onderzoeksproject Archiving Heaviness (initiatief van onder anderen Jonathan Even‑Zohar en Leonoor van Aubel) brengt zowel materiële erfstukken—flyers, merch—als immateriële ervaringen in kaart. Van Aubel en onderzoeker Stëfan Schäfer presenteren ook een installatie, The Cave Of Heaviness, met een soundscape en fenomenologische interviews om te onderzoeken hoe ‘zwaarte’ (heaviness) lijfelijk en betekenisvol wordt ervaren. Data en deelnemersreacties wijzen erop dat festivals voor velen helende en zingevende ervaringen zijn—sommigen spreken zelfs van pelgrimage-ervaringen na Roadburn. Roadburn vindt plaats van 16 tot en met 19 april in 013 en locaties in Tilburg.
Samen tonen beide verhalen dat muziek en festivalcultuur niet alleen entertainment zijn, maar ook sociale en psychische functies vervullen: herstel, ritueel, verbondenheid en ruimte voor zingeving.