Wie komt daar in rood gewaad?

maandag, 27 april 2026 (16:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Jesaja 63:1–6 is een compacte, krachtige profetische passage die is opgebouwd als een vraag-en-antwoord. De lezer wordt midden in een dialoog geworpen; er staan geen expliciete aanvoerende zinnen, waardoor de aandacht meteen naar de verschijnende persoon en diens daden wordt getrokken.

De eerste vraag richt zich op de identiteit van degene die verschijnt — iemand die uit Edom en Bozra komt en rood aangekleed lijkt te zijn. Deze vraag wordt niet door de aangesprokene zelf beantwoord maar door God in de eerste persoon: Hij presenteert zich als de Rechtvaardige die groot is om te redden. Die zelfspraak maakt Zijn komst onmiskenbaar en plaatst Zijn aanwezigheid centraal voor de toehoorders, met name de bewoners van Sion, die in de voorafgaande hoofdstukken (60–62) als bevrijd en hernoemd zijn beschreven.

De vervolgvraag gaat over de rode vlekken op het gewaad: hoe rijmt zo’n kleur met iemand die geen druiven in een wijnpers zou treden? Hier wordt het antwoord expliciet aan God gericht. Hij neemt het beeld van de wijnpers over, maar leest het overdrachtelijk: om te bevrijden heeft Hij ook wraak moeten oefenen, en dat gebeurde als een eenmansactie. Zijn kleren zijn rood geworden door het opspatten bij het treden; de tekst gebruikt daarbij een ongebruikelijk woord voor wat op bloed lijkt, en spreekt niet het gewone Hebreeuwse woord voor bloed. De voorstelling van opspattend rood roept vergelijkingen op met andere Bijbelpassages (bijv. de dood van Izebel in 2 Koningen), maar blijft in deze perikoop vooral functioneel: het duidt op gewelddadig ingrijpen tegen tegenstanders.

Tegelijkertijd werkt de voorstelling met contrasten: Sion tegenover Edom — niet alleen als tegenstelling tussen gelovig centrum en vijandig buitenland, maar ook als interne tegenstelling binnen het volk van God, waarbij Edom symbool staat voor een nog niet toegewijd deel. In de verzen 4–6 herhaalt en vult God Zijn verklaring aan: er is sprake van zowel een dag van wraak als een jaar van bevrijding; God ervaart verbazing en ontsteltenis, maar dat weerhoudt Hem niet van het reddend optreden, waarbij de beeldspraak van het treden opnieuw terugkeert.

De tekst heeft als doel het heilsbewustzijn van de Sionbewoners te vergroten: te laten beseffen dat Gods komst werkelijk is, dat Zijn handelen zowel rechtvaardig als bevrijdend kan zijn, en dat bevrijding soms gepaard gaat met oordeelsvolle actie. Archibald van Wieringen, hoogleraar Oude Testament aan de Tilburg School of Catholic Theology en priester in het bisdom Haarlem-Amsterdam, levert in deze briefing een literaire en theologische uitlezing van die dynamiek in Jesaja 63:1–6.