Wie femicide wil stoppen moet beginnen bij jongens en rolmodellen | opinie
In dit artikel:
Eric Blaauw, lector Verslavingskunde en Forensische Zorg aan de Hanze Hogeschool, waarschuwt dat femicide — het doden van een vrouw vanwege haar gender — niet met alleen zwaardere straffen opgelost wordt. In Nederland wordt ongeveer elke acht dagen een vrouw gedood, meestal door haar (ex-)partner. Hoewel soms psychiatrische of sociale factoren meespelen, ligt de kern vaak bij mannen die macht, eer of ego boven het leven van een vrouw plaatsen. Internationaal staat Nederland in de middenmoot, maar het land scoort hoog op fysiek en seksueel geweld tegen vrouwen buiten de partnerrelatie; onder 18–24‑jarigen meldt 18% seksueel geweld.
Blaauw stelt dat recente wetgeving, campagnes en organisaties noodzakelijk zijn, maar onvoldoende om geweld écht terug te dringen. Hij pleit voor drie concrete ingrepen:
1) Professionele hulp écht bereikbaar maken
Veel slachtoffers zoeken steun bij vrienden of familie, maar minder vaak bij professionals door hoge drempels en misvattingen (bijv. bang dat politie of Veilig Thuis direct harde maatregelen nemen). Hulpverleners missen vaak training om intieme terreur en stalking te herkennen. Vrouwen die uit angst terugkeren naar een gewelddadige partner worden soms onbegrepen of veroordeeld; dat ondermijnt vertrouwen in de hulpverlening en vergroot risico’s.
2) Sterkere samenwerking in de keten van zorg en veiligheid
Intieme terreur en stalking vereisen een gezamenlijke aanpak van politie, justitie, zorg, ggz, vrouwenopvang en slachtofferhulp. Na de moord op de 16‑jarige Humeyra in Rotterdam (2018), die op de dag van haar dood opnieuw aangifte wilde doen van stalking, is er vooruitgang in kennis, maar kennis over dwingende controle blijft achter. Organisaties werken te vaak langs elkaar heen, signalen worden niet gedeeld en risico’s onvoldoende gezamenlijk ingeschat. Blaauw pleit voor structurele kennisopbouw, betere informatie‑uitwisseling en gedeelde verantwoordelijkheid in plaats van losse acties.
3) Vroeg beginnen: bij jongens, scholen en rolmodellen
Geweld tegen vrouwen is geen probleem dat vrouwen alleen moeten oplossen. Jongens en mannen moeten zich nadrukkelijk uitspreken als rolmodel en bondgenoot. Cruciaal is vroegtijdig onderwijs op alle niveaus — van basisonderwijs tot universiteit — over gelijkwaardigheid, grenzen, macht en gezonde relaties. Ook aandacht voor de aantrekkingskracht en het gevaar van invloedrijke figuren (zoals Andrew Tate) en subculturen die ongelijkheid romantiseren (bijv. tradwife) is nodig. Het hoger onderwijs en veel studentenverenigingen tonen volgens Blaauw nog te weinig structurele aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Femicide noemt hij het uiterste gevolg van langgetolereerde ongelijkheid. Preventie vraagt niet alleen strengere strafrechtelijke maatregelen, maar vooral eerder, harder en gezamenlijk ingrijpen: investeren in bereikbare hulp, ketensamenwerking en opvoeding van jongere generaties.