Wie de VVD uitnodigt, weet wat er wordt opgediend | opinie
In dit artikel:
Een minderheidskabinet trachtte in het debat over het coalitieakkoord een tussenpositie in te nemen: niet louter campagnepraat, maar ook nog geen premier met een parlementaire meerderheid. Rob Jetten trad op alsof hij verantwoordelijkheid draagt, maar zonder dat er nu al iemand echt op hem kan worden afgerekend — besturen in bèta-versie.
D66 en CDA, als verkiezingswinnaars, nodigden de VVD uit om aan te schuiven; met die keuze kwamen harde ingrepen op tafel: bezuinigingen op sociale zekerheid, zorg en pensioenen werden gepresenteerd als onvermijdelijke uitkomsten in plaats van als bewuste politieke keuzes. Een opvallend element was de timing: concrete maatregelen — zoals het opschuiven van de AOW‑leeftijd richting 2033 — worden naar de toekomst doorgeschoven, zodat de politieke rekening bij latere kabinetten en verkiezingen terechtkomt.
De oppositie zette daar scherpe grenzen: sociale zekerheid is geen sluitpost, zorg geen theoretisch model en langer doorwerken geen abstract begrip. Tegelijk viel op wat niet ter sprake kwam: de hypotheekrenteaftrek, een duur en scheef fiscale voordeel dat vooral hogere inkomens ten goede komt, bleef ongemoeid. De auteur leest daarin geen vergissing maar politieke logica: bezuinigen waar het pijn doet, beschermen waar het loont — kenmerkend voor VVD‑beleid.
Samengevat: het kabinet toont moed door de VVD uit te nodigen en taboes te willen aanpakken, maar kiest veelvuldig voor uitstel en technocratische rechtvaardigingen, waardoor verantwoordelijkheid wordt verplaatst naar de toekomst. Mirjam Bikker (ChristenUnie) vatte de kritiek samen als „een guur liberaal‑rechtse financiële plaat”. De vraag blijft of uitgestelde keuzes straks rechtvaardig en houdbaar blijken.