Werd DCI in Joure dan toch door Chinezen overgenomen voor de bedrijfsgeheimen van de jachtbouw?
In dit artikel:
In Joure is het particuliere keuringsinstituut DCI, dat pleziervaartuigen tot 25 meter en onderdelen certificeert voor de Europese markt, eind 2019 verkocht aan de Chinese NOA Group. Onderzoeksplatform Follow the Money meldt nu dat het Chinese moederbedrijf stilletjes de stekker lijkt te hebben uitgetrokken: het kantoor is grotendeels leeg en veel dossiers zijn spoorloos, waardoor klanten al maanden geen contact meer krijgen en er vrees ontstaat dat vertrouwelijke informatie verloren of terechtgekomen is waar die niet hoort.
DCI, opgericht in 1979 als Nederlands Keurings Instituut voor Pleziervaartuigen, speelde een cruciale rol bij het uitgeven van certificaten die nodig zijn om schepen op de EU-markt te verkopen. Na een korte binnenlandse overdracht in 2018 ging het in 2019 naar NOA Group, een bedrijf met oorsprong in het Chinese ministerie voor machinerie en activiteiten wereldwijd. Al bij die overname bestonden in Nederland twijfels over de intenties van de nieuwe eigenaar; Kamerlid Harry van der Molen stelde er vragen over. Destijds zei minister Cora van Nieuwenhoven dat er geen reden tot ongerustheid was.
De brancheorganisatie Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI) waarschuwde destijds al voor risico’s, en nu lijkt die zorg gerechtvaardigd. Hard bewijs dat bedrijfsgeheimen daadwerkelijk naar China zijn gelekt ontbreekt, zeggen betrokkenen, maar dossiers liggen volgens ingewijden op plekken waar ze niet thuishoren en wie eigenaar is van die bestanden heeft volgens branchepartijen “het volledige recept” om producten na te bouwen.
Praktische gevolgen zijn groot: DCI bewaarde soms de volledige administraties van klanten voor keuringsdoeleinden, waardoor werven nu zelf die documenten moeten reconstrueren. Ook moeten keuringsstandaarden worden overgedragen aan andere partijen; daarover lopen gesprekken met de Inspectie Leefomgeving en Transport. De markt voor dergelijke keurders is klein — van drie partijen zijn er inmiddels twee verdwenen — waardoor alternatieven beperkt zijn en sommige onderdelen (zoals keuring van bijboten en veiligheidsmaatregelen) nu geen vervanger hebben. De zaak vergroot daarnaast algemene zorgen over Chinese invloed op vitale Nederlandse bedrijven; een vergelijkbaar debat bestond eerder rond ambulancebouwer Visser.