We hadden aan dit desolate station voorbij moeten zoeven | column Wieberen Elverdink
In dit artikel:
Ik zit vast op station Noorderkempen tijdens een treinreis van Leeuwarden naar Antwerpen. Het perron is spookachtig leeg: beton, metalen stoeltjes in groepjes van drie, het geraamte van een lang geleden achtergelaten fiets en een windmolen die bewegingloos in het grijs staat — een decor van stilstand. Ooit raakte ik vertrouwd met openbaar vervoer, nu ben ik een ‘ov-dummy’: het automatisch kiezen van perron en timing is verdwenen. Voor deze reis had ik me wel voorbereid — app gedownload, kaartje gekocht, drie overstappen uitgedokterd — maar door een vertraging van zeventien minuten bij Steenwijk miste ik alle aansluitingen.
In de intercity, die al achterliep, stoppen we op een plek waar we niet horen te staan omdat verderop een andere trein stilzit. Een monotone intercom meldt dat we moeten wachten. Ik deel het stilzitten met een jong koppel dat in het Engels praat, met accenten die naar Frans en Oost-Europa wijzen, en met een licht surrealistisch tafereel: een lege wikkel van een chocoladereep vliegt door de wind en beweegt zich vloeiender dan onze trein. Een vertaal-app murmelt een medische mededeling over borstkanker; de vrouw laat haar reisgenoot het geluid dempen en het koppel zwijgt.
De schrijver observeert details — de verlatenheid van het station, de kleine menselijke scènes, het contrast tussen bewegende rommel en stilstaande trein — en houdt een milde zelfreflectie: hij heeft niks te klagen, ondanks de ongemakken. Auteur Wieberen Elverdink (44), journalist, woont met vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp in het noorden en schrijft over kleine en grote gebeurtenissen in dorpsleven en reizen.