We bouwen helemaal niet slim, zegt ABN Amro. Waar blijven eenpersoons- en ouderenwoningen?

vrijdag, 5 juni 2026 (12:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

ABN Amro waarschuwt dat de Nederlandse woningvoorraad niet aansluit op veranderende demografie en dat dat kan leiden tot leegstand en dalende huizenprijzen als er niets verandert. Uit het rapport blijkt dat ruim 60% van de 8,3 miljoen woningen (ongeveer 5,2 miljoen) eengezinswoningen zijn, terwijl slechts zo’n 2,6 miljoen huishoudens die indeling nodig hebben. Tegelijk groeit het aantal eenpersoonshuishoudens en ouderen; het aandeel eenpersoonshuishoudens is de afgelopen decennia verdubbeld. De bank rekent erop dat tot 2050 nog circa 270.000 eengezinswoningen bijgebouwd worden, terwijl door het overlijden van veel babyboomers naar schatting 900.000 woningen op de markt kunnen komen. Volgens ABN Amro vormt deze combinatie een “fundamentele mismatch” tussen vraag en aanbod en vergroot het risico op waardedaling en leegstand. Overheid en projectontwikkelaars worden opgeroepen meer te sturen op het soort woningen dat de toekomstbevolking nodig heeft.

In Grou probeert projectontwikkelaar Paiva (Wiebren Bergsma) de aanbeveling in praktijk te brengen bij de herontwikkeling van het Halbertsmaterrein: 185 woningen met een mix van typen om doorstroom te bevorderen. Het plan bevat 47 appartementen, 33 levensloopbestendige woningen, 15 vrijstaande huizen, 18 twee-onder-een-kappers, 56 rijhoekwoningen en 16 sociale huurwoningen. Bergsma zegt dat kleinere en meer diverse woningen de verkoop versnellen en prijzen kunnen drukken, waardoor de buurt voor een bredere doelgroep toegankelijk wordt.

De Friese NVM-voorzitter Berend Wijmenga onderschrijft dat er te weinig geschikte woningen voor ouderen zijn, maar wijst op de andere kant van het probleem: veel ouderen hebben hun woning afbetaald en ervaren weinig verhuisdruk. Zij wachten vaak op een duidelijk betere woonmogelijkheid voordat ze verhuizen. Wijmenga pleit ervoor de woningvoorraad “passend” te maken voor alle groepen en ziet een taak voor bouwers en ontwikkelaars om aanbod en levensloopbehoeften beter op elkaar af te stemmen, zodat doorstroom op gang komt en vrijgekomen eengezinswoningen weer benut worden.

Kortom: het huidige nieuwbouwpatroon volgt grotendeels het model van vijf decennia geleden; beleidskeuzes en projectontwerpen moeten worden bijgestuurd richting kleinere, levensloopbestendige en betaalbare units om toekomstige marktdruk en waardeverlies te voorkomen.