Wat leert de 4de-eeuwse kerkvader Gregorius van Nyssa ons over kunstmatige intelligentie?
In dit artikel:
De snelle opkomst van kunstmatige intelligentie dwingt tot hernieuwde bezinning op de vraag: wie is de mens? In een nieuw vertaalde uitgave van Gregorius van Nyssa (335–394) verbinden vertaler Pieter Hein Hupsch en theoloog Paul van Geest oud-christelijk denken met hedendaagse zorgen over AI. Het boek bevat Gregorius’ geschrift uit 379, De mens als beeld van God, dat deel uitmaakt van een reeks waarin hij reflecteert op de mens ten opzichte van zichzelf, anderen, de wereld en God. Eerder vertaalde Hupsch al Over de ziel en de verrijzenis (2022).
Gregorius, een van de Cappadocische vaders naast Basilius de Grote en Gregorius van Nazianze, formuleert een mensbeeld dat nadrukkelijk het karakter van mysterie draagt: de mens is meer dan louter stof en rede, want geschapen naar het beeld van God (imago Dei). Daarmee plaatst hij het diepste van het menszijn buiten volledige rationele beheersbaarheid. Het intellect is bij Gregorius niet alleen een instrument van begrijpen, maar ook een roeping tot deugdzaamheid — tot koninklijke waardigheid en harmonieuze omgang met schepping en medeschepselen.
Centraal staat ook het idee van geestelijke groei: het kwaad is een beperkte verstoring binnen een wezenlijk goede schepping, en God fungeert als pedagoog die mensen uitnodigt tot een proces van voortgaande volmaking. In Gregorius’ perspectief is de uiteindelijke bestemming een soort verrijzenis waarbij het beeld van God in de mens tot voltooiing komt.
Paul van Geest gebruikt Gregorius’ denken om een hedendaagse waarschuwing te formuleren: AI kan het onderscheidingsvermogen en de persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen verzwakken als men het denken klakkeloos aan machines overlaat. Gregorius’ centrale oproep is relevant: de menselijke geest moet de eerste stem blijven — niet de gemakzuchtige impulsen of een willoze navolging van technologisch gemak. Mensen zijn onderweg in een grotere theologische en morele geschiedenis; hun unieke identiteit is een vraag en roeping die keuzes en verantwoordelijkheid vergt.
De uitgave biedt een helder vertaalde tekst, een inleiding en aantekeningen en wordt ingeleid door Van Geest. Ze nodigt lezers uit oude bronnen te raadplegen om de ethische en existentiële uitdagingen van onze tijd — waaronder AI — beter te begrijpen. De mens als beeld van God. Gregorius van Nyssa. Vertaling en aantekeningen: Pieter Hein Hupsch. Voorwoord: Paul van Geest. Damon, €24,90.