Wat gebeurt er in het expertisecentrum voor postcovid in het UMCG? 'Een bezoek aan onze poli is vaak al zwaar'

vrijdag, 6 maart 2026 (07:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Het UMCG heeft een postcovid‑expertisecentrum opgezet dat sinds augustus patiënten uit Noord‑Nederland ziet, maar het biedt geen eenduidige behandeling: er is nog geen bewezen therapie voor postcovid. De poli is bewust ondergebracht bij de afdeling ouderengeneeskunde zodat consulten in een rustige omgeving plaatsvinden—veel patiënten ervaren een zo grote belasting dat de drukte in het hart van het ziekenhuis niet haalbaar is.

Wie en hoeveel: in een halfjaar zijn er in Groningen zo’n 150 patiënten gezien; het team wil dat dit aantal dit jaar verdubbelen. Landelijk worden ongeveer 100.000 mensen met zware postcovidklachten geschat, en veel meer met milde tot matige klachten. In de UMC‑centra melden zich sinds de start van de klinieken tienduizenden patiënten; in Groningen leidde dat tot een lotingssysteem via Zorgdomein omdat de capaciteit beperkt is.

Klachten en onderzoek: de meerderheid (ongeveer 95%) meldt post‑exertionele malaise (PEM): sterke verergering van klachten na inspanning. Circa 20% heeft POTS (een sterke hartslagstijging bij opstaan). Algemene klachten zijn extreme vermoeidheid, snelle hartslag bij minimale inspanning, hoofdpijn, slaapproblemen en algemene malaise; veel mensen kunnen niet meer werken of sporten op het oude niveau. De poli doet systematisch onderzoek (bloed/urine, handknijpkracht, orthostatische bloeddruk‑ en hartslagmetingen, ECG) en bespreekt elke casus multidisciplinair.

Behandeling en aanpak: er is geen standaardtherapie; zorg is vooral symptoomgericht en ondersteunend. Mogelijkheden vanuit het UMCG omvatten ergotherapie, revalidatietrajecten (bijv. Beatrixoord), adviezen bij POTS zoals compressiekousen, extra vocht en zout, en soms experimentele inzet van lage dosis naltrexon (LDN), waar nog geblindeerde studies naar lopen. Het centrum probeert daarnaast kennis te delen met huisartsen en tweede‑lijns zorgverleners voor patiënten die niet in het centrum kunnen worden gezien. Het verzamelen van gegevens uit de universitaire centra is bedoeld om op termijn betere inzichten en behandelingen mogelijk te maken.

Organisatie en financiering: verwijzing kan alleen via de huisarts na uitsluiting van andere oorzaken (bijv. schildklierafwijkingen, bloedarmoede) en na eerdere behandeling met fysio/ergotherapie. De Tweede Kamer heeft recent steun uitgesproken voor het voortbestaan van de postcovidexpertisecentra (initiatief van Julian Bushoff en Mirjam Bikker), wat ruimte geeft om meer patiënten te helpen en de continuïteit van de centra te waarborgen.

Patiëntenervaringen: persoonlijke verhalen illustreren de vaak ingrijpende impact. Lotte Wit (29) kreeg al vroeg in de pandemie postcovid; zij is deels hersteld maar werken blijft ver weg. Mattéo Draaisma (24) ontwikkelde vermoedelijk dunnevezelneuropathie met heftige pijnklachten en zoekt internationaal naar immunomodulerende behandeling; hij startte een crowdfunding voor een dure therapie in Zwitserland. Floor Groefsema (37) combineert medicatie tegen zenuwpijn en bètablokkers met ergotherapie; ook zij benadrukt dat expertisecentra cruciaal zijn omdat huisartsen onvoldoende handvatten hebben voor dit complexe beeld.

Waarom het belangrijk is: ondanks veel hypotheses over de oorzaak (microstolling, virale persistentie, ontregeld immuunsysteem) ontbreekt een sluitende verklaring. De academische centra fungeren daarom niet alleen als behandelplek, maar vooral als kenniscentra om gegevens te bundelen, onderzoek te stimuleren en behandelrichtlijnen te ontwikkelen. Voor patiënten betekent dat vaak zowel fysieke als mentale verlichting door serieus onderzoek en multidisciplinaire begeleiding, ook al blijft herstel bij velen traag en onvolledig.