Was vroegst bekende Friese dichter Bernlef de eerste rapper en auteur van de 'Heliand'? 'Oars wie it syn twillingbroer'
In dit artikel:
De zeventigplusser Redbad Veenbaas promoveerde onlangs op een jarenlang onderzoek waarin hij betoogt dat de vroegmiddeleeuwse Friese dichter Bernlef waarschijnlijk de auteur (of beter: degene die het gedicht dicteerde) is van de Heliand, de Oudsaksische poëtische hertaling van het evangelie die rond 830 ontstond. Dat is opmerkelijk omdat van Bernlef zelf geen enkel schriftelijk werk bewaard is gebleven; hij staat tot nu toe vooral bekend als de oudst bekende dichter uit het Nederlandse taalgebied zonder overgeleverde teksten.
Veenbaas, van huis uit socioloog en jarenlang onderzoeker aan de Vrije Universiteit, wijdde tien jaar na zijn pensionering aan deze philologische zoektocht. Zijn proefschrift heet Traditionele zanger of geleerde? Over de dichter van de Heliand. Hij bouwt zijn hypothese op een reeks historische, taalkundige en biografische aanwijzingen: Bernlef zou uit de buurt van Helwerd (bij het huidige Usquert) afkomstig zijn, rond zijn genezing van een oogkwaal door de missionaris Liudger tot het geestelijke zijn gekomen zijn en Liudger naar Münster/het klooster van Werden hebben gevolgd. In dat klooster en in diens kring waren geleerden en Friese monniken actief, wat volgens Veenbaas de benodigde omstandigheden schiep voor het overzetten van een mondeling gedicht naar schriftelijke Oudsaksische vorm.
De Heliand zelf ontstond in een context waarin het Latijn voor brede lagen van de bevolking ontoegankelijk was en men behoefte had aan een volkstaalvertaling van het evangelie, vooral onder recent bekeerde Saksen. Veenbaas stelt dat Bernlef als zingende dichter (de toenmalige term: scop) uitstekend paste in die rol: hij zou het evangelieverhaal in een verhalend-poëtische, mondelinge traditie hebben gebracht en het mogelijk aan een monnik hebben toevertrouwd die het op schrift stelde. Tegelijk waarschuwt hij tegen te vergaande claims: de Heliand is geen Fries-tekst in moderne zin, en het idee van een groot Oudfries nationaal epos is onhoudbaar — Bernlef paste zich taalkundig aan dialecten aan.
Het onderzoek plaatst Bernlef niet alleen als mogelijke maker van een belangrijk middeleeuws werk, maar herinnert ook aan de orale karakteristieken van vroegmiddeleeuwse poëzie; Veenbaas trekt parallellen met hedendaags spoken word en rap. Historisch debat over de datering en auteurschap van de Heliand bestaat al langer — in 1964 noemde van Weringh Bernlef al voorzichtig — maar Veenbaas levert nu een uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde case. Zijn boek (296 blz.) is in eigen beheer verschenen en verkrijgbaar via AFÛK.