Walvisstrandingscoördinator Jan-Willem uit Buitenpost (55) volgt bultrug Timmy op de voet. 'Bij zo'n mediacrisis is niemand gebaat'

woensdag, 29 april 2026 (07:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Jan-Willem Zwart (55) uit Buitenpost is sinds bijna vier jaar landelijk strandingscoördinator walvisachtigen, een taak die hoort bij zijn functie als hoofd van de Waddenunit binnen het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Hij volgt de zaak van de in de Duitse Oostzee vastgelopen bultrug (bij het publiek bekend als "Timmy") nauwgezet en vergelijkt de aanpak in Duitsland met die van Nederland.

Nederland heeft sinds 2012 een vast protocol voor levende walvisachtigen groter dan vijf meter — ingevoerd na de tragedie rond de bultrug Johanna bij Texel — waarmee een meldings- en besluitvormingstraject is geregeld. Na een kreet van de Kustwacht stelt het ministerie binnen twaalf uur een adviesteam samen (wetenschappers, SOS Dolfijn, ministerie en dierenartsen). De aanpak kent twee routes: alles op alles zetten voor redding — wat technisch risicovol en arbeidsintensief is (bijvoorbeeld: je kunt een walvis met verkeerd trekken of graven ernstig beschadigen) — of pijnstillende en beëindigende maatregelen wanneer lijden niet te voorkomen is, inclusief euthanasie. Zwart benadrukt dat het lichaam van grote walvissen niet gebouwd is om op land te liggen, waardoor lijden snel toeneemt.

Hij geeft voorbeelden: twee weken geleden spoelde er bij Renesse een dode potvis aan; bijna twee jaar terug lukte het wel om een jonge bultrug van ongeveer zeven meter bij Ameland terug naar zee te begeleiden — een zeldzaam succes. In Duitsland ontbreekt zo’n eenduidig protocol, wat volgens Zwart leidt tot een ‘media-crisis’: veel publieke bemoeienis en uiteenlopende plannen die de zaak ingewikkelder maken. Het recentste en omstreden idee om de bultrug in een stalen ‘aquarium’ zo’n 400 kilometer te slepen naar de Noordzee — gefinancierd door twee Duitse multimiljonairs — noemt hij riskant en zorgwekkend; het dier heeft al veel meegemaakt en kan ook in Nederlandse wateren terechtkomen.

Zwart wijst verder op het gevaar van emotionele personalisering van gestrande dieren: hij prefereert neutere aanduidingen zoals "de bultrug van Duitsland" boven menselijke namen.