Wachten op de bus naar Dokkum
In dit artikel:
Elke zaterdag gaat de schrijver met zijn zoon Mahil (29) op ‘mannendag’: Mahil, die autisme en een verstandelijke beperking heeft, volgt doordeweeks een vast programma op een zorgboerderij en kiest op zaterdag met gebaren wat ze gaan doen. Op een recente zaterdag reizen ze van Heerenveen naar Leeuwarden en wachten op buslijn 6 richting centrum wanneer een oudere man in pet en met wandelstok naast hen komt zitten.
De man begint een gesprek en vertelt dat hij regelmatig bij dit perron zit om te wachten op de bus naar Dokkum. Zijn vrouw Mirte woonde daar toen ze verkering kregen; zij werkte destijds in het ziekenhuis. Drie jaar eerder overleed Mirte na een snel verlopende, ernstige ziekte. Sindsdien gebruikte de man het wachten op de bus als ritueel om zich tijdelijk dichtbij haar te voelen. Terwijl hij zijn verhaal doet, houdt Mahil de hand van de man vast — een eenvoudige, niet-verbale manier van contact leggen omdat Mahil niet kan praten.
Die aanraking zet iets in gang: de man trekt de conclusie dat hij misschien niet langer moet blijven hangen in het verleden en dat het tijd is om verder te gaan. Door Mahils gebaar voelt hij zich gesteund en besluit hij mogelijk te stoppen met zijn wekelijkse wachtritueel. Na een korte, warme afscheidswisseling stapt Mahil met zijn vader in de bus.
Het stuk toont hoe een klein gebaar tussen onbekenden — en in het bijzonder van een niet-sprekende, neurodiverse jongeman — een onverwachte emotionele ommekeer kan veroorzaken. Het verhaal, geschreven door Gabriël Anthonio (organisatieadviseur bij de Galan Groep en bijzonder hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn), onderstreept de kracht van menselijke aanraking en aanwezigheid in rouwverwerking en de waarde van eenvoudige, directe verbindingen.