Waarom zou je Vrouwendag alleen vieren met gelijkgestemden? | opinie
In dit artikel:
Psycholoog Irma van Steijn is in opspraak omdat ze als spreker is uitgenodigd voor Internationale Vrouwendag in Leeuwarden. De aanleiding is een felle column die ze vorig jaar schreef naar aanleiding van grensoverschrijdend gedrag rond de directeur van het Fries Museum. In die tekst bekritiseerde ze het strikte dader‑slachtofferdenken en riep ze op tot meer assertiviteit van vrouwen; dat standpunt roept op social media — met name LinkedIn — de vraag op of haar geluid op een dag die bedoeld is om vrouwen te vieren en ongelijkheid aan de orde te stellen, wel passend is.
Journalist José Hulsing gebruikt de kwestie om een breder punt te maken over het gevoelig terrein van seksuele grensoverschrijdingen: discussies daarover verzanden snel in polarisatie, waardoor mensen in uitersten terechtkomen — je bent óf vóór Van Steijn, óf tégen haar, óf je staat ogenschijnlijk pal achter slachtoffers. Hulsing stelt dat die zwart‑witindeling te weinig ruimte laat voor tussenliggende, genuanceerde visies. Slachtoffers moeten onvoorwaardelijk erkenning, veiligheid en een podium krijgen, maar dat sluit volgens haar niet uit dat je kritische vragen stelt over hoe we spreken over daders, welke rol organisaties en leiderschapspatronen spelen, en hoe psychologische veiligheid daadwerkelijk wordt vormgegeven.
Ze plaatst Van Steijns kritiek — ongeacht of men die goed getimed of eenzijdig vindt — in het bredere debat over emancipatie. Emancipatie, betoogt Hulsing, groeit juist bij debat en het uitdagen van eigen opvattingen; Internationale Vrouwendag biedt daarmee ook een kans om uiteenlopende perspectieven te horen in plaats van alleen bevestiging van wat al geaccepteerd is. De kernboodschap is dat het gesprek over grenzen, respect en verantwoordelijkheid complex hoort te zijn en dat het vermijden van lastige vragen het publieke debat en vooruitgang niet per se ten goede komt.