Waarom veel lopers van Marathon van Groningen instorten zonder extreme temperatuur
In dit artikel:
In Groningen vielen zondag tijdens de halve marathon meerdere lopers uit door hitteklachten, ondanks dat de thermometer rond de 25 °C stond. Thermofysioloog Koen Levels (Defensie, eerder betrokken bij NOC*NSF) verklaart dat temperatuur op zichzelf niet alles bepaalt: hoge luchtvochtigheid, felle zon en warmteweerkaatsing van asfalt maken zweten en daarmee afkoelen veel moeilijker, vooral vroeg in het seizoen wanneer veel deelnemers nog niet geacclimatiseerd zijn.
Een korte bui vlak voor de start bracht de luchtvochtigheid tot rond de 60 procent, waardoor zweet niet goed verdampt en warmte in het lichaam blijft hangen. Dat kan de lichaamstemperatuur razendsnel van ongeveer 37 naar 40 °C doen oplopen, met effecten op het zenuwstelsel: zwalken, verwarring, bleekheid, flauwvallen en zelfs levensbedreigende hartproblemen zijn mogelijk.
Hulpdiensten moesten grootschalig opschalen: zeven lopers kregen zo ernstige hitte-uitputting of -beroerte dat acute zorg nodig was en enkelen naar het ziekenhuis werden vervoerd; ambulances uit andere provincies en de brandweer verleenden bijstand en extra verkoeling om het Rode Kruis te ontlasten.
Direct koelen is cruciaal — bij voorkeur een ijsbad, anders natte handdoeken in ijswater — omdat elke minuut zonder afkoeling risico’s vergroot. Levels benadrukt dat organisatoren logistisch beperkt zijn in het koelen van duizenden deelnemers; hun rol is vooral heldere waarschuwing en adviezen om het tempo aan te passen. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij lopers zelf: luisteren naar je lichaam en de inspanning temperen om gevaar te voorkomen.