Waarom timmerman Sjoerd (67) in Harlingen na zijn pensioen nog doorwerkt aan de sluisdeuren van Noordpolderzijl
In dit artikel:
Vrijdag worden in Noordpolderzijl — de kleinste getijdenhaven van Nederland — vier nieuwe sluisdeuren teruggehangen. Donderdag werd in de werkplaats van Koninklijke Oosterhof Holman in Harlingen de laatste hand gelegd aan twee vloeddeuren en twee ebdeuren; het team werkte onder het geluid van zagen en hamers om alles op tijd klaar te krijgen.
De deuren zijn gemaakt van gerecycled tropisch hardhout. Elke vloeddeur is 2,12 meter breed, 3,5 meter hoog en weegt ongeveer 2,2 ton; de iets kleinere ebdeuren zijn 3 meter hoog en circa 1,6 ton zwaar. In de loods werden de onderdelen geboord, gefreesd en nauwkeurig afgewerkt door een klein team vaklieden, waaronder ervaren timmermannen zoals de gepensioneerde Sjoerd Gravendijk, die met precisie het jaartal 2026 in een deur kerfde. Projectleider Pieter van Dijk, gewend aan veel grotere sluisdeuren, noemt het werk een bijzondere, kleinschalige opdracht: historisch relevant, maar technisch minder omvangrijk dan zijn gebruikelijke projecten.
Het sluisje zelf dateert terug tot 1811, toen de Noordpolder werd ingepolderd en de uitwateringssluis werd aangelegd om overtollig polderwater bij eb af te voeren en bij hoogwater de vloeddeuren te sluiten. Sinds 1981 heeft een elektrisch gemaal die functie overgenomen; later werd de zeedijk opgehoogd in het kader van de Deltawet, waardoor het oorspronkelijke sluisje deels onder de dijk verdwenen is. De nieuwe deuren krijgen dus geen technische taak meer en dienen puur als historisch en landschappelijk element.
De terugplaatsing is een gezamenlijk initiatief van Waterschap Noorderzijlvest en Landschapsbeheer Groningen. De sluis was acht jaar geleden al gerestaureerd, maar de originele deuren waren te rot om opnieuw te gebruiken. Waterschapsbestuurder Bert Wiersema benadrukt het belang van behoud: "Met het behoud van deze voormalige uitwateringssluis als historisch element geven we dit landschap door aan volgende generaties."
Het project combineert ambachtelijke trots en regionaal erfgoed: een klein team vaklieden, sommigen ook na pensionering nog actief omdat ze het vak willen doorgeven, levert een zichtbaar stukje historie terug aan het Wad. Voor bezoekers versterkt de terugplaatsing de historische uitstraling van Noordpolderzijl en maakt het de veranderende relatie tussen mens, water en techniek in het kustlandschap tastbaar.