Waarom nu de ene na de andere grote batterij wordt aangesloten

zaterdag, 14 maart 2026 (07:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Veel van de nieuwe energieopslagen in Nederland zien er niet indrukwekkend uit: vaak gewoon zeecontainerachtige units omgeven door een hek. Toch zijn ze afgelopen jaren in beleid en praktijk snel belangrijker geworden. Klimaatminister Rob Jetten legde in 2023 een strategie voor snelle opschaling vast en netbeheerder TenneT rekende toen uit hoeveel opslagcapaciteit per provincie nodig is; voor Friesland kwam dat neer op ruwweg 200–1000 megawatt aan vermogen.

Waarom verschijnen die batterijen nu steeds vaker? Door de groei van wind- en zonneparken is er veel duurzame stroom, maar die productie valt niet altijd samen met het verbruik. Dat veroorzaakt een overbelast netwerk (netcongestie) en leidt tot afschakelen van opwek (curtailment). Batterijen kunnen stroom tijdelijk opslaan en op andere momenten terugleveren, waardoor pieken afgevlakt en curtailment verminderd worden. Tegelijkertijd zijn er commerciële verdienmodellen: accu’s laden als stroom goedkoop is en ontladen als prijzen hoger liggen, of ze leveren diensten aan netbeheerders (zoals Liander en TenneT) die ze tegen vergoeding inzetten bij regionale capaciteitsknelpunten.

In Fryslân en directe omgeving ontstaan veel initiatieven: boeren, energiecoöperaties en projectontwikkelaars plaatsen of plannen batterijen bij zonnedaken en parken. Voorbeelden zijn plannen bij Waarme Hoeke (Gorredijk), Lemsterhoeke (Lemmer) en recentelijk een gemeentelijke goedkeuring voor een batterij bij windpark Beabuorren in Tjerkwerd. Het fonds Fûns Skjinne Fryske Enerzjy signaleert een toename van aanvragen.

Kleine tot middelgrote projecten zijn al operationeel: op de Energiecampus Leeuwarden opende AQ Storage (onderdeel van D4 van Douwe Faber) een batterij die 2 MW vermogen kan leveren gedurende twee uur (4 MWh). Dat is genoeg om een klein dorp van stroom te voorzien, maar qua schaal bescheiden in vergelijking met andere plannen: Tjerkwerd (plannen tot 10 MW / 40 MWh), Engie bij Burgum (400 MWh) en het veel grotere voorgestelde gigaproject in Delfzijl (circa 1200 MWh). De Leeuwarder unit ligt bijna onzichtbaar achter een geluidswal; Faber omschrijft het als een “medium”-batterij en aan de onderkant daarvan.

Er zitten grenzen aan het verdienmodel via prijsspreiding: naarmate er meer accu’s komen, zal het prijsverschil tussen laadtijd en ontlaadtijd afnemen, waardoor arbitrage minder oplevert. Daarom zijn contracten met netbeheerders een belangrijk alternatief, zeker voor grotere opslagen dicht bij verdeelstations. Batterijen dragen ook technisch bij aan het slimmer benutten van lokaal opgewekte stroom en verminderen verspilling door curtailment.

D4 werkt aan meerdere projecten en verwacht de komende jaren meerdere initiatieven te realiseren, maar voorziet ook dat de markt zich op den duur zal stabiliseren: “op een gegeven moment zal er weer genoeg ruimte op het net zijn”, aldus Faber (parafrase). Een concreet volgend Fries project is een batterij voor ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten (1,6 MW). Woordvoerder Ellen de Jong legt uit: “Met de batterij houden we onze stroomvoorziening betrouwbaar, óók wanneer het net uitzonderlijk wordt belast. En dragen we actief bij aan de oplossing voor het overvolle elektriciteitsnet in de regio.” Het ziekenhuis gebruikt al veel eigen zonne-energie; een kwart van de productie gaat nu nog de markt op. In samenwerking met netbeheerder Liander bestaat bovendien een contract om de lokale belasting op piekmomenten slimmer te managen. De batterij komt aan de zuidkant van het ziekenhuis te staan, bij het personeelparkeren.