Waarom Marieke Vellinga graag een jeu-de-boulesbaan wil in de Tweede Kamer
In dit artikel:
Marieke Vellinga (39) uit Boazum, tot voor kort wethouder op het kleine Vlieland, zit sinds haar installatie in november ruim honderd dagen in de Tweede Kamer voor D66. Waar ze vroeger bestuurder was in een gemeente van ongeveer 1.200 inwoners, vertegenwoordigt ze nu het hele land — zo’n 18 miljoen mensen — en deelt ze een kamer in Den Haag met collega Annemarijke Podt. Op haar werkplek hangen grote dronefoto’s van Vlieland en Terschelling; de band met Friesland en de eilanden blijft zichtbaar en belangrijk.
Haar Kamerwerk verdeelt ze strak over de week: dinsdag is pendelen en vergaderen in Den Haag, woensdag en donderdag debatten en mogelijk stemmen, vrijdagochtend soms nog thuis in Friesland of op werkbezoek. Ze heeft de portefeuilles Wadden, dierenwelzijn, water en tuinbouw. Vooral de Wadden hebben haar hart — ze wil de manier waarop eilandgemeenschappen samen voorzieningen regelen en kwetsbaren beschermen, als voorbeeld naar het vasteland vertalen. Tegelijk erkent ze dat eilanden geen doorsnee-afspiegeling van Nederland zijn; verschillen zoals inkomenskloof en hoge huizenprijzen spelen er sterker.
Vellinga noemt het werk in Den Haag op een hoger abstractieniveau dan wethouderschap, maar vindt beide rollen waardevol en energiegevend: “Gooi mij maar meteen in het diepe,” zegt ze over haar voorkeur voor een snelle start. De eerste weken typeren zich als een ‘snelkookpan’: veel lezen, direct in debatten en dossiers duiken. Tuinbouw kostte haar het meeste inleestijd, al heeft ze persoonlijke achtergrond in een tuindersfamilie, wat begrip voor de sector vergemakkelijkt.
Politiek-bestuurlijk werkt ze in een minderheidscoalitie, wat volgens haar extra samenwerking vereist — ook op provinciaal niveau. Met andere Friese Kamerleden richtte ze snel een appgroep op, informeel genoemd ‘het Friesvak’, om elkaar te versterken en ervaringen te delen. Persoonlijk probeert ze werk en gezin te combineren (drie tieners thuis) en mist ze nu al lokale vrijetijdsactiviteiten zoals jeu-de-boules op donderdagavond.
Kortom: Vellinga maakt een bewuste transitie van lokaal naar landelijk bestuur, houdt vast aan haar Friese wortels en wil de praktijkervaring van eilanden en tuinbouw inzetten in nationaal beleid.