Waarom LTO en gemeenten meer vaart willen maken met stikstofaanpak in Friesland
In dit artikel:
De Friese provincie presenteert een nieuwe aanpak om het stikstofdossier los te trekken: de veehouderij moet in 2035 30 procent minder stikstof uitstoten dan in 2019, met stimulerende en vrijwillige maatregelen tot 2030 en mogelijk dwingender regels daarna. Daarnaast komen extra beperkingen in en rond drie kwetsbare natuurgebieden in Zuidoost‑Friesland: het Fochteloërveen, het Drents‑Friese Wold & Leggelderveld en de Bakkeveense Duinen. De maatregel is bedoeld om vergunningverlening weer op gang te brengen nadat die ruim een jaar vrijwel stillag door onvoldoende stikstofreductie en natuurherstel; de Raad van State heeft bovendien strikte eisen gesteld aan het gebruik van vrijgekomen stikstofruimte, die ten goede moet komen aan natuurherstel.
Boerenorganisatie LTO reageert overwegend positief maar dringt erop aan meer tempo te maken, vooral bij de vrijwillige stimuleringsmaatregelen. LTO‑bestuurder Jan Teade Kooistra noemt de Friese opzet realistischer dan het strengere beleid in Utrecht, maar noemt de blijvende onzekerheid rond PAS‑melders en ondernemers die willen investeren problematisch: ze krijgen soms geen vergunning voor bedrijfsaantrekkingen die juist stikstof besparen. Ook waarschuwt LTO tegen een voorgenomen verlaging van bemestingsnormen rondom de drie natuurgebieden; voor boeren met veel land in die zones kan dat financieel fataal zijn.
De Friese Milieufederatie wijst erop dat stikstofreductie niet het enige is dat natuurherstel nodig heeft: droogte, versnippering, exoten en waterkwaliteit spelen volgens directeur Hans van der Werff minstens zo’n grote rol bij herstel van natuurgebieden. Ook meerdere gemeenten uiten kritiek: wethouder Jan van Weperen (Ooststellingwerf, VVD) vindt een bufferzone van 500 meter overdreven en pleit voor 250 meter voor traceerbare stikstof. Hij en andere lokale bestuurders vinden verder dat zij beter geïnformeerd hadden moeten worden en twijfelen of de nieuwe maatregelen voldoende zijn om de vergunningen snel te hervatten of dat uitstel tot 2030/2035 blijft.
In praktijk leven bij gemeenten en boeren zorgen over concrete gevolgen: in Bakkeveen zijn al decennia bouwbeperkingen vanwege stikstof en er zijn voorbeelden van ingetrokken vergunningen voor investeringen. Zowel lokale politici als LTO roepen op tot snelheid en maatwerk, terwijl natuurorganisaties waarschuwen voor een bredere aanpak van natuurherstel dan alleen het terugdringen van stikstof. De nieuwe Friese koers zoekt een middenweg tussen strengere landelijke voorbeelden en de wens van agrariërs om ruimte te houden voor bedrijfsvoering, maar de uitvoering en de mate van verplichting na 2030 blijven cruciale punten van discussie.