Waarom koning Willem-Alexander dit jaar voor Dokkum koos

zaterdag, 25 april 2026 (07:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Koning Willem-Alexander viert zijn 59e verjaardag in 2026 in Dokkum. De keuze voor het kleine Friese stadje is het resultaat van jarenlange, rustige lobbying door commissaris van de Koning Arno Brok en een initiatief van burgemeester Johannes Kramer van Noardeast-Fryslân. Achter de schijnbaar plotselinge bekendmaking schuilt een zorgvuldig en langdurig traject van informele contacten, bestuurlijke afstemming en financiële voorbereidingen.

Brok fungeerde als schakel tussen provincie, gemeenten en Paleis Noordeinde. Sinds zijn aantreden is hij regelmatig gesprekspartner van het koningspaar en onderhoudt hij nauwe banden met mensen binnen het paleis. Hij zag een mogelijkheid: Dokkum combineert economische veerkracht, toeristische aantrekkingskracht en lokale evenementenervaring (zoals de Admiraliteitsdagen) en past daarmee in de nieuwe invulling van Koningsdag, waarin ondernemers, onderwijs en lokale trots centraal staan. Ook speelde de verbinding met het wad en achtbare lokale bedrijven als Dijkstra Draisma mee in zijn afweging.

Kramer had sinds zijn aantreden de opdracht van de gemeenteraad om Noardeast-Fryslân nationaal op de kaart te zetten en dacht dat Koningsdag daar een perfecte gelegenheid voor zou zijn. Hij en Brok stelden eind 2024 een brief op voor het paleis met een voorstel over Bonifatius, het platteland en het Waddengebied, en wezen op lokale voorbeelden van duurzaam ondernemerschap. Die brief bleek bepalend: medewerkers van de hofhouding gaven aan dat Dokkums verzoek “bovenop” lag.

Een belangrijke, minder bekende spil in het proces is Pien Zaaijer, een langjarige en invloedrijke adviseur binnen het paleis die mede-vorm gaf aan de modernere invulling van Koningsdag en die volop betrokken was bij de selectie van gaststeden. Brok speelde in op het feit dat Zaaijer in 2026 met pensioen zou gaan en hoopte nog eenmaal samen met haar een Koningsdag te kunnen realiseren — een extra motief om Dokkum te pushen.

Het traject verliep grotendeels informeel en geheim; Brok zegt dat meerdere Friese burgemeesters ook hun wensen bij hem hebben neergelegd, maar hij houdt namen dicht. Pas toen interne signalen positief waren gaf hij Kramer het sein om de lokale politiek in vertrouwen te nemen en de kosten te regelen. Uniek was dat zowel gemeente als provincie elk ongeveer 1,5 miljoen euro reserveerden voor de organisatie — de provincie draagt daarmee voor het eerst de helft van de benodigde middelen voordat de Rijksvoorlichtingsdienst de stad publiekelijk aankondigt.

Na bezoeken van delegaties van de Dienst van het Koninklijk Huis en aanvullende afstemming werd Dokkum als locatie bevestigd. Voor Kramer kwam het nieuws als een kers op de taart van jaren werk en ambitie om zijn gemeente nationaal zichtbaarder te maken; voor Brok is het de bevrediging van een langlopend plan waarin geduld, informele contacten en “gunnen” centraal stonden. De komst van de koning levert Dokkum volgens betrokkenen een forse toeristische en economische impuls op en sluit aan bij de hervormde, meer ondernemingsgerichte Koningsdag die sinds Dordrecht (2015) de toon zet.