Waarom Jan (73) uit Antwerpen van de winter houdt en kippenvel krijgt van de Elfstedentocht

zaterdag, 7 februari 2026 (09:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Jan Hertoghs, 73-jarige journalist en schrijver uit Antwerpen, koestert al zijn hele leven een onvoorwaardelijke liefde voor kou, sneeuw en ijs. Op een koude januarimiddag fietst hij door het Stadspark en mist hij het klassieke winterbeeld van dampende adem, bepoederde paden en kinderen op het ijs — beelden die de kern vormen van zijn nieuwe boek Een verkiezingsbord in Menaam. Het werk is zowel een persoonlijke lofzang op de winter als een waarschuwing tegen wat hij “winterverlies” en “winteramnesie” noemt: het geleidelijke verdwijnen van echte winters en het vergeetachtiger worden van wat dat seizoen ons ooit gaf.

Hertoghs verzamelt decennialang krantenknipsels en foto’s over het seizoen; hij werkte sinds 1983 voor Humo en bouwde zo een archief vol herinneringen en anekdotes. Het boek bevat lichte, humoristische en soms heroïsche verhalen: van het bewaren van sneeuwballen in een diepvries tot reizen naar een blizzard in Maine en een slee-ervaring met husky’s in Finland die zijn tenen paars deden kleuren. Ook schrijft hij over de grote emotie rond de Elfstedentochten die hij in 1985, 1986 en 1997 meemaakte — ervaringen die zijn beeld van het winteravontuur stevig vormgaven.

Tegelijkertijd is het boek een wake-up call. Hertoghs wijst op feiten: van de afgelopen 25 Belgische winters waren er negentien officieel zacht, waarvan negen volgens het KMI “buitengewoon zacht”. Die trend vertaalt zich volgens hem in een maatschappelijke veranderde blik: winterklachten en voorzorgsmaatregelen nemen toe, terwijl mensen tegelijk steeds minder lijken te rouwen om het verlies van echte winterbeleving. Hij haalt voorbeelden aan van krantenkoppen die de winter snel relativeren en van alledaagse scènes — jongens die voorzichtig het eerste ijs betreden en door omstanders worden weggehouden — die aantonen dat de samenleving het ijs niet meer als speelruimte ziet maar vooral als gevaar.

Hertoghs’ verzet is geen nostalgische ontkenning van winterleed: hij erkent de donkere kanten — oorlogswinter, lawines, levensbedreigende omstandigheden — en behandelt die ook in zijn boek. Maar hij verzet zich tegen een cultuur die de winter reduceert tot ongemak en strooit met geruststellende retoriek dat “na de winter altijd de lente komt”. Zijn oproep is literair eerder dan organisatorisch: geen echte stichting, maar een ‘Winterfront’ in de zin van een pleidooi voor het behoud van liefde voor het hele seizoen, ook op grijze, lastige dagen.

Soms levert die houding wrevel op. Hertoghs bewaart een “zwartboek” van betuttelende opinies en kleine vernauwingen — zo memoreert hij hoe zijn kleinzoon sneeuw soms verwart met strooizout — en hij voelt zich vaak als verdediger van een underdog, de winterliefhebber in een wereld die vooral voor zonnige seizoenen applaudisseert. Zijn persoonlijke souvenirs — van tweedehands noren gekocht na de Elfstedentocht tot ingepakte sneeuwballen in een diepvriezer — fungeren als tastbare tegenkracht tegen vergeten.

Een verkiezingsbord in Menaam. balanceert tussen nostalgie en urgentiestatus: het documenteert wat de winter ooit was, viert haar unieke mogelijkheden (schaatsen, sleeën, sneeuwgevechten) en klaagt tegelijk het geleidelijke verlies aan. Het boek wil mensen eraan herinneren dat we nog altijd vier seizoenen hebben en dat het waard is om het gehele winterpakket, inclusief de ongemakken, te erkennen en te bewaren.

Titel: Een verkiezingsbord in Menaam. Auteur: Jan Hertoghs. Uitgeverij Tzara. Prijs: €22,99.