Waarom historicus Afke (38) uit Joure onderzoek doet naar het Joodse meisje Ruth. 'De geschiedenis wordt daarmee heel tastbaar'
In dit artikel:
Afke Berger (38) uit Joure is historicus en promovendus bij het NIOD. Zij verschijnt als duider in de documentaireserie Het verhaal van Nederland – De Tweede Wereldoorlog en bereidt zich voor op 4 en 5 mei door aandacht te vragen voor onafhankelijk historisch onderzoek. Haar werk spitst zich toe op moderne geschiedenis, identiteitsvorming, vluchtelingenbeleid, Jodenvervolging en vooral op het gedrag van mensen en instellingen in crisistijd.
Berger vertelt dat haar belangstelling voor het verleden breed begon; geschiedenis werd voor haar een vak waarin ze onbeperkt vragen kon onderzoeken. Als onderzoeker is ze gefascineerd door bronnen, archieven en het zoeken naar verschillende perspectieven. Ze benadrukt dat geschiedenis geen eendimensionale waarheid is: wie schrijft, welke bronnen je gebruikt en welke vragen je stelt bepalen het verhaal. Volgens haar speelt geschiedenis voortdurend door in het heden — denk aan discussies over wie we herdenken op 4 mei of hoe de Holocaust gebruikt wordt in actuele politieke narratieven.
Een belangrijke zorg van Berger is de politisering van geschiedenis. Ze wijst op voorbeelden waar regimes verhalende controle inzetten — van Rusland tot beperkingen op boeken in de VS — en waarschuwt dat onafhankelijk historisch onderzoek niet vanzelfsprekend beschermd is. Dat maakt haar inzet voor onderzoeksvrijheid en kritisch historisch werk extra urgent.
Als promovendus onderzoekt Berger het handelen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) tijdens de Duitse bezetting. De VNG had als taak gemeenten te vertegenwoordigen tegenover de landelijke overheid; in de bezetting stelde dit organisaties voor dilemma’s: door de gemeenten te steunen hield men bestuurlijke en maatschappelijke functies in stand, maar zo ondersteunde men indirect ook de bezetter. Berger analyseert momenten waarop ambtenaren keuzes moesten maken — zoals het tekenen van de Ariërverklaring — en pleit ervoor die handelingen met empathie en begrip voor de context te beoordelen, zonder makkelijk te veroordelen.
Parallel aan dit institutionele onderzoek zette Berger als student de levensgeschiedenis van Ruth Marion Weile (geboren 25 juni 1928 in Maagdenburg) uiteen. Het onderzoek begon in 2008 toen Berger het fotoalbum van Ruth vond via een docent. Ruth groeide op in Schönebeck, maar vluchtpogingen van haar ouders mislukten. Na de Kristallnacht 1938 kwamen kindertransporten op gang; Ruth werd via tehuizen en pleeggezinnen uiteindelijk ondergebracht bij de familie van der Lijn in Groningen en later in Haren.
In februari 1943 werden Joden in de provincie opgeroepen zich te melden; veel Joden werden geconcentreerd en overgebracht naar Amsterdam, Kamp Westerbork of Vught. Tijdens de grote razzia van 25 mei 1943 in Amsterdam werd Ruth opgepakt en naar Westerbork gebracht. Op 7 augustus 1943 werd ze gedeporteerd naar Auschwitz — in hetzelfde transport als Etty Hillesum — en volgens het beschikbare verslag waarschijnlijk bij aankomst naar de gaskamer gestuurd. Haar ouders waren al eerder in Auschwitz vermoord; oom en tante vielen in Sobibor. Een nichtje overleefde als een van de ‘Philipsmeisjes’ in Kamp Vught en emigreerde later naar Israël; Berger vond via die familie nog extra foto’s van Ruth.
Berger verwoordt een ethische aanpak bij verhalen over slachtoffers: Ruth is geen illustratie voor een abstract punt, maar een mens met een eigen verhaal dat met zorg en respect verteld moet worden. Tegelijk ziet Berger de pedagogische waarde van zulke persoonlijke reconstructies: op scholen in Haren en Schönebeck gebruikt ze Ruths geschiedenis om de koppeling tussen toen en nu zichtbaar en bespreekbaar te maken.
Voor haar masterscriptie over Joodse asielaanvragen in 1938–1939 ontving Berger in 2019 de Hartog Beem Prijs. Ze werkt momenteel aan haar proefschrift en denkt na over een mogelijk boek in de stijl van Nora Krug’s Heimat: een mix van beeld, getuigenis en reflectie om te laten zien hoe geschiedenis en overlevering werken. Berger balanceert haar rol tussen wetenschappelijk onderzoek en de vraag of en hoe historici politiek en maatschappelijk stelling moeten nemen — ze voelt soms de drang actiever te worden, maar ziet ook waarde in de invloed die zorgvuldig historisch werk op de lange termijn kan hebben.