Waarom het boek Johannes twee keer eindigt

maandag, 13 april 2026 (16:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Het evangelie van Johannes bevat twee ogenschijnlijke slotwoorden: een afsluiting rond hoofdstuk 20 en een tweede einde bij hoofdstuk 21. Dat roept de vraag op waarom het boek twee maal lijkt af te ronden en wat dat zegt over de ontstaansgeschiedenis van het geschrift.

Bij tekstonderzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen overleveringsgeschiedenis (hoe teksten via handschriften zijn doorgegeven) en ontstaansgeschiedenis (hoe een tekst in verschillende fasen tot stand kwam). Hoewel moderne Bijbelvertalingen vertrekken van een gereconstrueerde brontekst op basis van handschriftvergelijking, kan een tekst zelf ook in fases zijn gegroeid. Voor Johannes is er geen ouder handschrift met een korter einde gevonden; het idee van twee versies berust dus niet op materieel bewijs maar op interne tekstuele aanwijzingen.

Veel bijbelwetenschappers concluderen dat er minstens twee redactionele lagen zijn. Hoofdstuk 20 geeft een afgerond slot: Jezus verschijnt, de leerlingen worden gezonden en er volgt een reflectie op het voorafgaande. Hoofdstuk 21 begint echter opnieuw met een vissersscène waarin leerlingen Jezus aanvankelijk niet herkennen, en het thema verschuift van Jezus’ identiteit naar kwesties binnen de kerk: de relatie tussen Petrus en de zogenoemde ‘geliefde leerling’ en de vraag naar hun lot. Verslagen in hoofdstuk 21 impliceren bovendien dat na de dood van die geliefde leerling en na de marteldood van Petrus bewerkingswerk door een nabije kring heeft plaatsgevonden; die groep presenteert het aangevulde evangelie als betrouwbaar.

Chronologische aanwijzingen ondersteunen een late datering van het bewerkte geheel rond circa 100 n.Chr. Het verhaal van de wonderbare visvangst in Johannes 21 vertoont sterke overeenkomsten met Lucas 5 (en verwijzingen die via Marcus lopen), en terminologie als ‘de zonen van Zebedeüs’ komt in Johannes alleen in hoofdstuk 21 voor maar wel in de synoptische overlevering. Dat suggereert dat de redacteur(en) van hoofdstuk 21 bekend waren met andere evangeliën.

Het proces waarbij een tekst met de geschiedenis en behoeften van een gemeenschap meegroeit noemt men relecture (herlezing): in een latere fase worden nieuwe herinneringen en inzichten in bestaande geschriften ingebracht. Dat maakt helder dat bijbelse teksten niet statisch zijn maar zich ontwikkelen met hun lezers- en geloofsgemeenschap. De auteur van het artikel, Cor Hoogerwerf (specialist vertalen en exegese Nieuwe Testament), benadrukt dat de open eindjes in Johannes ook uitnodigen tot voortschrijven—met andere woorden: het verhaal van Jezus blijft zich innen naar nieuwe contexten en vragen.