Waarom Dirk (46) uit Marrum na 25 jaar stopt met zijn zweefmolen: 'Zo'n oudje zet je niet op Marktplaats'
In dit artikel:
Dirk Wolters (46) uit Marrum beëindigt na dertig jaar het kermisleven als eigenaar van een honderd jaar oude zweefmolen. Zijn laatste draai is gepland op 30 december op het Malieveld in Den Haag; tot die tijd maakt hij een afscheidstournee langs vertrouwde Friese dorpsfeesten, waar kinderen nog altijd met spanning wachten tot de muziek klinkt en de bakjes rondvliegen.
Wolters kreeg de zweefmolen op zijn twintigste in bezit, nadat hij als hulpkracht had meegewerkt bij de toenmalige eigenaar Wietse van Kammen. Het vrije, reizende bestaan van de kermis sprak hem aan, maar de afgelopen jaren veranderde zijn kijk. Tijdens de coronaperiode bleef de attractie in zijn vrachtwagen staan en proefde hij van meer vrije tijd. Bovendien heeft hij een gezin met twee dochters (Amarins en Rhianna) en werkte hij deze winter in de shop van de Elfstedenhal — een baan die lichter is en die hij nu voortzet bij het Fryslânplein. Daarnaast wil hij mogelijk schaatslessen geven. De combinatie van gezinsleven, ander werk en de fysieke lasten van het op- en afbouwen van een oude attractie maakten zijn besluit rijp: het is niet werk dat je tot op hoge leeftijd volhoudt.
De zweefmolen zelf is een zeldzaamheid: naar schatting nog maar een stuk of tien van dergelijke oude zweefmolens bestaan in Nederland. Opvallend zijn de beschilderde panelen, oorspronkelijk gemaakt door Giesing uit Leeuwarden, die kleurige landschappen tonen; alleen de onderste houten panelen zijn later vervangen omdat de oorspronkelijke metalen delen roestten. Wolters zorgt persoonlijk voor het onderhoud en het schilderwerk, maar kon dat vanwege zijn baan in Leeuwarden niet altijd adequaat blijven doen.
Zijn zweefmolen heeft in al die jaren verschillende rollen gehad: alleen op dorpsfeesten, omgebouwd voor bruiloften tot een draaimolen met houten paarden, even vier weken in Walibi Holland en zelfs een verschijning in een tv-reclame. Tegenwoordig speelt hij Hollandse hits uit de speakers; het klassieke orgel dat ooit bij de molen hoorde, is dit keer niet meegenomen. Voor de kermisbezoekers blijft de aantrekkingskracht onveranderd: kinderen rennen bij het eerste deuntje naar de kassa en betalen drie euro voor een ritje vol lachen, gegil en rondzwaaiende bakjes.
Wolters benadrukt dat hij de zweef niet zomaar aan iedereen wil verkopen — „Zo’n oudje verkoop je niet via Marktplaats” — en er is dan ook al een serieuze overnamekandidaat. Hij verwacht dat de attractie in 2027 weer opduikt onder nieuw beheer. Het afscheid voelt voor hem niet definitief; hij wil de molen nog regelmatig opzoeken en af en toe een uurtje „bakjesgooien” meepakken, maar het hoofdstuk kermis als hoofdberoep sluit hij af om plaats te maken voor een rustiger en gezinsvriendelijker leven.
Kortom: Wolters neemt na drie decennia vaarwel van een antieke, cultureel waardevolle zweefmolen, deels uit praktische overwegingen en deels uit behoefte aan een andere levensstijl, terwijl hij zorgvuldig zoekt naar een waardige opvolger die het nostalgische erfgoed behoudt.