Waar zitten de droogvallende zeegrasvelden? | WadWeten

donderdag, 7 mei 2026 (11:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Europees onderzoek brengt voor het eerst droogvallende zeegrasvelden systematisch in kaart: in totaal komt het droogvallende zeegras in Europa neer op ongeveer 212 km², met twaalf duidelijk herkenbare hotspots van Duitsland tot Portugal. Een internationaal team gebruikte satellietbeelden (Google Earth Engine) om velden te detecteren, maar richtte zich uitsluitend op zeegras dat bij laag water droogvalt — ondergedoken grasvelden ontbreken hierdoor in de telling.

Zeegras is ecologisch buitengewoon waardevol: het biedt schuil- en opgroeigebied voor honderden vissoorten en vele andere organismen, verbetert waterkwaliteit door vuil en ziekteverwekkers te binden, werkt als natuurlijke kustbescherming en slaat CO2 op. Door die diensten valt zeegras onder de Europese Natuurherstelverordening (NHV) van 2024, die lidstaten verplicht mariene habitats te herstellen; zeegras is een van de zeven mariene habitattype waarvoor herstelmaatregelen moeten worden uitgewerkt. Nederland werkt hiervoor aan een Nationaal Herstelplan.

De kaart laat grote verschillen zien per regio. Het grootste droogvallende cluster bevindt zich in het Duitse deel van de Waddenzee (14,6 km²) — veruit de grootste hotspot in Europa — gevolgd door Arcachon Bay in Frankrijk (6 km²) en Ria Formosa in Portugal (5,6 km²). Noordelijk van 58° noorderbreedte (ongeveer het zuidelijkste punt van Noorwegen) zijn geen droogvallende zeegrasvelden gevonden, mede doordat daar weinig droogvallende platen voorkomen.

Nederlandse situatie en herstelpogingen: nationaal blijft zeegras schaars en versnipperd (in het artikel wordt een resterende oppervlakte van circa 150 hectare genoemd). In de Waddenzee zijn nog fragmenten langs Terschelling, de Groninger kust en de Eemsmonding. Door die versnippering komt er weinig zaad vrij, waardoor spontane verspreiding beperkt is; stromingsrichtingen maken bovendien uitbreiding vanuit Duitsland naar Nederland moeilijk. Rijkswaterstaat liet bij Griend en Ameland herstelprojecten uitvoeren; door inzaaien zijn die velden sterk gegroeid — het artikel meldt zelfs cijfers tot ongeveer 1.100 hectare bij Griend — en er wordt ook onderzoek gedaan naar herstel van ondergedoken gras, wat door slechte lichtinval en golfwerking uitdagend blijft.

Kritische kanttekeningen bij de kaart komen uit Nederland. Laura Govers (Rijksuniversiteit Groningen), mede-auteur van het onderzoek, benadrukt dat het satellietmodel geneigd is zeegras te overschatten en dat delen worden verward met bijvoorbeeld zandplaten met algen. Ook kan het model zeegras met lage bedekking (dat typisch is in delen van de Nederlandse Waddenzee) moeilijk detecteren. Ondanks deze beperkingen noemt zij de kaart een nuttige eerste stap: alleen met een beter overzicht kunnen gebieden gericht worden beschermd en hersteld.

Kortom: het nieuwe overzicht maakt duidelijk hoeveel droogvallend zeegras nog aanwezig is, waar de belangrijkste hotspots liggen en waar herstelurgentie bestaat. Tegelijk toont het de noodzaak van betere monitoring (inclusief ondergedoken velden en lage-dichtheidsbedden), gerichte herstelmaatregelen en internationale samenwerking om deze kritische mariene ecosystemen te behouden en te herstellen.