Waar zijn de steenuiltjes van Henk gebleven? 'Het zijn net Friezen'
In dit artikel:
2026 is uitgeroepen tot het jaar van de steenuil. In Friesland zetten vrijwilligers van de Steenuilenwerkgroep zich extra in om deze kleinere uilensoort te beschermen en te monitoren. Johannes Ruurd Fokkens (werkgroep) vertelt dat hij drie jaar geleden voor het eerst kuikens in handen had bij Boijl (2023) en sindsdien sterk betrokken is geraakt. Samen met collega’s zoals Klaas Akkerman plaatsen ze nestkasten en volgen ze territoria in het veld.
In een voorbeeldproject tussen Leeuwarden en Franeker plaatste een bewoner, Henk, in 2024 een nestkast in een kersenboom; Klaas hing die kast op en Henk lokte de vogels met afspelende baltsgeluiden vanaf zijn iPad. Het eerste jaar werd de kast door spreeuwen gekraakt, maar vorig jaar werden twee vondelingen (een mannetje en een vrouwtje) in de kast gezet en in een tijdelijke gaasafsluiting rustig aan het leven buiten laten wennen. De vogels gedroegen zich aanvankelijk voorzichtig maar nieuwsgierig. De exacte locatie van kasten blijft geheim om te voorkomen dat fotografen en belangstellenden de vogels verstoren.
Steenuilen zijn in Nederland sterk afgenomen: van naar schatting 25.000 paren in de jaren vijftig tot ongeveer 8.000–9.500 paren in de meest recente inventarisatie (2018–2020). Die daling wordt vooral toegeschreven aan de intensivering van de landbouw; de soort heeft juist kleinschalig, halfopen agrarisch landschap met bomen, schuren en paaltjes nodig. In Friesland werden 23 steenuilenterritoria geteld, waarvan circa 14 momenteel door paartjes bezet zijn; de overige gebieden huisvesten vaak alleenstaande vogels die moeite hebben een partner te vinden, zeker in Noord- en Midden-Friesland.
Vrijwilligers werken strategisch: kasten worden op afstand van andere paartjes opgehangen zodat jongen later de kans hebben een partner te vinden. Steenuilen vertonen relatief beperkte jongenverplaatsing — mannetjes blijven meestal binnen circa 5 km van hun geboorteplaats, vrouwtjes kunnen tot zo’n 20 km wegtrekken — waardoor lokale nestkasten kunnen helpen de populatie als het ware “als een olievlek” uit te breiden.
De werkgroep vraagt buurtbewoners om waarnemingen door te geven zodat geschikte nestplaatsen kunnen worden onderzocht en kasten opgehangen. Meldingen kunnen naar steenuilfriesland@hotmail.com of via de Facebookpagina van de Steenuilenwerkgroep Friesland. Kennisnetwerk STONE doet dit jaar onderzoek naar verschillen in voedselbeschikbaarheid op zand- versus kleigronden en werkt met Vogelbescherming Nederland aan een praktische Erfwijzer met tips voor steenuilvriendelijke tuinen en erven. Sovon biedt cursussen om zelf steenuilen te inventariseren, maar de werkgroep vraagt altijd overleg om dubbeltellingen te voorkomen.
Kort: lokale inzet met nestkasten, gerichte monitoring en samenwerking tussen vrijwilligers en kennisorganisaties zijn sleutelmaatregelen om de steenuilen in Friesland kansrijker te maken.