Waar zijn de Friese Lelylijn-miljoenen dan? | LC commentaar
In dit artikel:
De noordelijke bestuurders hebben recent een nieuwe zet gedaan om de Lelylijn leefbaar te houden: provincies en gemeenten in Fryslân, Drenthe, Flevoland en Groningen willen gezamenlijk jaarlijks 40 miljoen euro opzij zetten om druk op Den Haag te houden voor de aanleg van 125 km spoor tussen Groningen, Drachten en Lelystad. Deze intentie gaf Lelylijn-gezant Klaas Knot kortgeleden steun, en onderstreepte dat regionalen het project niet willen laten verwateren.
Toch illustreert de reactie van Fryslân hoe gevoelig het dossier is. Gedeputeerde Staten presenteerden begin deze bestuursperiode dat zij de komende jaren 100 miljoen euro extra investeren in de provincie, maar besloten daarvan geen cent voor de Lelylijn te reserveren. Dat laat zien dat veel lokale overheden vooral afwachten wie de eerste financiële stap zet; niemand wil het risico dragen om alleen in de buidel te tasten.
Groningens commissaris van de Koning René Paas vatte de moeilijke financiële situatie treffend samen: “het geld niet zomaar liggen, maar de bereidheid is er zeker.” De noordelijke belofte om zelf geld te mobiliseren is een verandering van strategie: waar eerder werd gehoopt dat het Rijk de rekening zou betalen — in ruil voor ruimte en woningbouw in het Noorden — ligt de druk nu bij regionale geldschieters nu Haagse steun minder zeker lijkt onder de huidige minderheidscoalitie.
Die omslag is riskant. Als de noordelijke overheden er niet in slagen gezamenlijk de beoogde 40 miljoen per jaar op te hoesten, krijgen critici een sterk argument om te betwijfelen of het Noorden de Lelylijn werkelijk wil en kan realiseren. Kortom: de bereidheid is er, maar de uitvoering en politieke eensgezindheid blijven bepalend voor het lot van het spoorproject.