Vroege oranjevogels fladderen bij het krieken van Koningsdag naar de beste royalspots: 'Wa giet no op bêd as de kening komt?'
In dit artikel:
Bij het krieken van Koningsdag was Dokkum al volgepakt met oranjegezinde mensen die de hele nacht of in alle vroegte waren opgestaan om een plekje langs de route van koning Willem-Alexander te bemachtigen. In de koude, nevelige ochtend rond vijf uur kleurde de lucht even oranje boven de Friese landerijen terwijl zang van merels de bijna lege straten vulde en fans zich klaarmaakten voor het koninklijk voorbijtrekken.
Praktische voorbeelden tonen de verscheidenheid: vrijwilligers uit Groningen (Mariejet, Joke en Henk) stonden om half zes klaar bij de Burgerschool om te helpen bij de poortjes; de 79‑jarige Joukje Hamstra nestelde zich kwart voor zes op de Keppelstraat, gekleed tegen de kou, vastbesloten eerste rang te hebben voor Máxima en kroonprinses Amalia; en Bert Slits uit Liempde arriveerde zondagavond en liep de hele nacht door de stad in zijn hermelijnen mantel en kroon uit pure fanverering. Het jonge paar Simen en Rosalie at vroeg een tompouce als ontbijt en had een rugzak vol proviand voor de urenlange wacht; student Margirdas Jurkenas uit Litouwen fietste om vier uur vanuit Leeuwarden naar Dokkum omdat hij per se de koning wilde ontmoeten.
De sfeer was opgetogen en soms wat gespannen door het wachten, maar voor velen ging het om het beleven van een unieke dag: de monarch in eigen stad, het samenzijn en het ritueel van Koningsdag. De vroege opkomst varieerde van mensen die enkel de nacht kortten tot fanatiekelingen die dagen van tevoren op pad gingen — allemaal om een glimp op te vangen van het koninklijk gezelschap dat die dag door Dokkum trok.