Vrijwilligerswerk doen is niet genoeg
In dit artikel:
Fryslân is niet alleen bekend om schaatskampioenen, maar ook als koploper in vrijwilligerswerk: ruim 55% van de Friezen zet zich minstens één keer per week in, ongeveer vijf procentpunt meer dan gemiddeld in de rest van Nederland. In haar column betoogt gastvrijheidseconoom en ondernemer Geesje Duursma-Dijkstra dat vrijwilligers alleen langdurig kunnen blijven bijdragen als zij zelf gastvrij en met waardering ontvangen worden — de vrijwilliger als gast.
Samen met collega-onderzoeker Rodney Westerlaken onderzocht Duursma vrijwilligersorganisaties in de Friese vrijetijdssector. Hun bevindingen tonen dat vrijwilligers niet alleen taken uitvoeren, maar de toon, sfeer en ontvangst van evenementen en instellingen bepalen; zonder hen zouden veel activiteiten stoppen of verkorten. Gastvrijheid blijkt daarbij geen statisch begrip: verwachtingen veranderen met levensfase en context. Jongeren zoeken vaak flexibiliteit, anderen juist vaste ritmes; wie daarop geen oog heeft, verliest mensen.
Duursma beschrijft gastvrijheid als een gelaagde kwestie: zichtbaar werk (zoals koffie schenken of kaartjes controleren) staat boven interactievormen (ruimte geven, betrekken bij besluiten) en daaronder liggen waarden — de vraag of iedereen welkom is. Vrijwilligers voelen zich het meest betrokken als ze erkenning krijgen en zelf als gast worden behandeld: door aandacht in de wijze van aanspreken, luisteren en bedanken.
Ze waarschuwt ook dat vrijwilligerswerk geen goedkope vervanging is, maar de ruggengraat van de Mienskip; het vraagt blijvende inzet, reflectie en aanpassing. Evenementen als NLdoet (13–14 maart) geven zichtbaarheid, maar echte kracht komt voort uit dagelijks volhouden en blijven leren. Duursma sluit met een oproep om naast doen ook te blijven nadenken over wie mee kan doen en hoe dat gastvrij gebeurt.