Vrijwilliger Jan (68) uit Leeuwarden zag jarenlange clubliefde onlangs beloond worden: 'Nood aan de man? Dan staat SC Cambuur achter je'

maandag, 5 januari 2026 (21:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Het begon met een kassabon. In 1997 won Jan van de Weijer bij een supermarkt in Leeuwarden zomaar een seizoenkaart voor SC Cambuur. Wat aanvankelijk toevallig plezier was, groeide uit tot meer dan twee decennia betrokkenheid: inmiddels is Jan ruim 23 jaar vrijwilliger bij de club. Na een verhuizing in 2002 naar de Timorstraat, op loopafstand van het oude stadion, raakte hij steeds dieper ingebed in het clubleven. Hij kluste, bouwde onder meer de fitnessruimte, stond achter de bar, fungeerde als gastheer en hoofdsteward en loste praktisch alles op wat zich voordeed — van verloren sleutels tot nachtalarmen.

Jan typeert zijn band met Cambuur als familiegevoel: doordat hij overal in het complex kwam, leerde hij iedereen kennen en voelde hij zich verbonden. Dat maakte het proces van afscheid nemen van het oude stadion moeilijk; het afbreken van het vertrouwde gebouw en het verhuizen naar een moderner stadion deden hem pijn. Hij ziet de nieuwe accommodatie als een ruimere jas die groei mogelijk maakt, maar mist het gemoedelijke karakter van het Cambuurplein en ervaart dat onderdelen van het vrijwilligerswerk door een commerciële horecapartner zijn overgenomen. Zijn vrouw Birgit, die net als hun kinderen jarenlang ook vrijwilligerswerk deed, voelt die ontkoppeling scherper: haar liefde voor de club is “een beetje bekoeld” omdat zij en andere vrijwilligers niet meer nodig zijn in de horeca.

Ook Jan stond ooit op het punt op te stappen: in het nieuwe stadion was aanvankelijk geen ruimte voor zijn vertrouwde werkplek en gereedschap ingetekend. Na frustratie en dreigen met stoppen kwam er alsnog een plek voor hem — een kwestie die hij grotendeels zelf heeft moeten opbouwen, met hulp van onder meer zijn kleinzoon.

Recent voelde het gezin die Cambuur-solidariteit opnieuw, maar nu als ontvangers. Hun dochter Jessie (42), zelf al 21 jaar vrijwilliger voor de club, lijdt aan de zeldzame ziekte van Wilkie waardoor haar twaalfvingerige darm wordt afgeklemd en ze afhankelijk is van sondevoeding. In Nederland is ze uitbehandeld, maar een chirurg in Málaga bood perspectief; de ingreep kost ongeveer 112.000 euro. Buren startten een crowdfunding en Cambuur besteedde veel aandacht aan de actie — rond de thuiswedstrijd tegen MVV werd intensief campagne gevoerd. Kort voor Kerst werd het streefbedrag bereikt, iets waar Jan en Birgit diep door ontroerd en dankbaar over zijn. De operatie en recovery liggen nog voor Jessie, maar dankzij de ingezamelde bedragen heeft ze nu een kans.

Tussendoor bevat het gezin ook een luchtigere anekdote die landelijke bekendheid haalde: in 2012 vloog hun papegaai Mucke weg, maar werd teruggevonden na veel publiciteit en hulp van de brandweer. Vanwege Jans luchtwegproblemen heeft Mucke ondertussen een nieuw plekje gevonden in Breda.

Samengevat schildert het verhaal een portret van langdurige, praktische betrokkenheid bij en liefde voor een lokale club: Jan is het gezicht van inzet en trouw, ervaart zowel verlies als vooruitgang bij de overstap naar een nieuw stadion, heeft zich staande gehouden bij conflicten over zijn rol, en ondervindt aan den lijve hoe een vereniging als Cambuur in moeilijke tijden voor zijn vrijwilligers kan opkomen.