Voorzitter Trijnie Bouw zoekt al bezuinigend naar de kerntaken van de Protestantse Kerk: 'Het is duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden'

vrijdag, 8 mei 2026 (06:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Er is onvrede binnen de Protestantse Kerk over de manier waarop de landelijke organisatie functioneert en omgaat met geld. Sinds 1 juni 2024 leidt Trijnie Bouw als voorzitter het landelijk bestuur en zij ziet het herstel van vertrouwen als hoofdopdracht. De aanleiding is vooral financieel: in 2024 gaf de landelijke organisatie 2,4 miljoen euro meer uit dan er binnenkwam, voor 2025 wordt gerekend op een tekort van 8,7 miljoen euro en voor 2026 is een tekort van 7,5 miljoen begroot. De totale jaarlijkse uitgaven van de kerk liggen rond de 66 miljoen euro; de inkomsten blijven enkele miljoenen achter.

De voorgestelde oplossing — hogere afdrachten van lokale gemeenten via aanpassingen in de quotumregeling en de solidariteitsafdracht — leidde tot veel verzet, vooral van kerkrentmeesters in Fryslân. Zij stuurden in 2024–2025 een ongekend aantal bezwaarschriften naar het hoofdkantoor in Utrecht, waarbij zorg over zorgvuldig beheer van kerkelijke goederen en financiële rechtvaardigheid centraal stond. Door de felle reacties trok de landelijke kerkvergadering een voorgenomen regeling die dit jaar zou ingaan weer terug; de organisatie wil nu de voorstellen herzien en het draagvlak herstellen.

Naast conflicten over financiën speelt intern wantrouwen mee: er is een onafhankelijk onderzoek gestart naar een mogelijk onveilige werksfeer rond voormalig directeur Jurjen de Groot, die sinds eind vorig jaar ziek thuis zit. Bouw benadrukt dat transparantie en betere communicatie nodig zijn en wil het landelijke bestuur en de Dienstenorganisatie duidelijker laten uitleggen wat ze doen en waarom. Haar ambitie is om eerst intern het goede voorbeeld te geven: "Begin met jezelf, en verbeter dan de rest."

Om de financiën structureel op orde te krijgen, is een tweesporenbeleid gekozen: de Dienstenorganisatie moet 4,5 miljoen euro bezuinigen en tegelijk wordt gewerkt aan een rechtvaardiger herverdeling van verplichtingen tussen gemeenten en diaconieën. De quotumregeling (in totaal ongeveer 14,8 miljoen euro) zou eerlijker moeten worden verdeeld: over het land gezien zouden diaconieën gemiddeld minder betalen en gemeenten meer. In sommige regio's zijn de verschuivingen substantieel: in Noord‑Holland zouden gemeenten gezamenlijk circa 438.000 euro meer gaan bijdragen, terwijl in Fryslân gezamenlijke diaconieën juist minder betalen en gemeenten iets meer. De concrete aanpassingen zijn voorlopig uitgesteld tot verdere gesprekken in 2028, na een serie kerkbrede bijeenkomsten over solidariteit en geld die nu plaatsvinden op meerdere locaties (onder meer een bijeenkomst in Drachten).

De solidariteitskas, bedoeld om gemeenten in financiële knel te helpen en categoriaal pastoraat te bekostigen, is per 2026 verhoogd van €5 naar €7,50 per belijdend lid; die maatregel bleef ondanks protesten van kracht omdat er al langlopende verplichtingen lopen (zoals contracten met pastors).

Bouw wijst erop dat de kwetsbaarheid van de relatie tussen lokale gemeenten (autonoom) en het landelijke bureau mede voortkomt uit veranderingen in kerkelijk landschap en demografie sinds de fusie van 2004. Hoewel de organisatie in fte’s sterk is geslonken ten opzichte van het verleden (van ruim 700 fte naar circa 220–230), leeft nog steeds het beeld van een uitdijend centraal apparaat. Daarom wil zij eerst kerntaken afbakenen, losse activiteiten samenbrengen en keuzes maken over wat het landelijke niveau nog kan en moet doen.

Kortom: de Protestantse Kerk staat voor een combinatie van financiële sanering, organisatorische herijking en herstel van vertrouwen, waarbij zowel bezuinigingen als herverdeling van lasten op tafel liggen en de uitkomst afhankelijk is van breed gesprek en draagvlak binnen de kerk.